Groenestroomproducent Aspiravi heeft opnieuw een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een bijkomende windturbine op het grondgebied van Bekkevoort. De turbine is gepland in de open landbouwzone ten noorden van Doornhof in Assent, vlak bij de E314.
De nieuwe windturbine krijgt een totale hoogte van 168,91 meter en een rotordiameter van 138,25 meter. De machine krijgt een vermogen van 4,26 megawatt (MW) en zou jaarlijks voldoende elektriciteit produceren om het stroomverbruik van ongeveer 3.100 gezinnen te dekken. Volgens Aspiravi levert dat een vermeden CO₂-uitstoot van ongeveer 5.300 ton per jaar op.
Het openbaar onderzoek over de aanvraag loopt van 14 september tot en met 13 oktober 2026. Aspiravi organiseert op 29 september, van 16 tot 19 uur, een informatieavond over het project in zaal Trefpunt in Bekkevoort.
Windenergielandschap breidt verder uit
De nieuwe aanvraag staat niet op zichzelf. Langs de E314 is tussen Halen en Rotselaar de voorbije vijftien jaar geleidelijk een langgerekt windenergielandschap ontstaan. Als ook de momenteel geplande projecten worden gerealiseerd, zou de autosnelweg op dit traject uiteindelijk door een reeks van meer dan twintig windturbines worden begeleid.
Daarbij valt vooral de technologische evolutie op. Nieuwe windturbines produceren aanzienlijk meer elektriciteit dan de machines die vijftien jaar geleden werden geplaatst. Dat verhoogt de hoeveelheid hernieuwbare energie die op dezelfde corridor kan worden geproduceerd. Tegelijk worden rotoren groter en kunnen nieuwe turbines ook hoger worden, waardoor hun landschappelijke impact toeneemt.
Maar de groei van het windenergielandschap roept stilaan nog een andere vraag op: wat gebeurt er straks met de oudste turbines?
Voor moderne windturbines wordt doorgaans uitgegaan van een technische en economische levensduur van ongeveer twintig tot vijfentwintig jaar, al kan die na technische inspecties worden verlengd. Dat betekent dat de eerste grote generatie turbines langs de E314 binnen vijf tot tien jaar een leeftijd bereikt waarop exploitanten keuzes zullen moeten maken over hun verdere toekomst.
Het begon met tien turbines in 2011
De grote ontwikkeling langs de E314 begon in 2011. Toen realiseerde Aspiravi tien turbines op het grondgebied van Halen, Diest en Bekkevoort.
Projectmatig werden ze opgesplitst in twee groepen. Vijf turbines in Halen en Diest vormen samen het project Halen-Diest E314 en hebben een gezamenlijk vermogen van 11,5 MW.
De andere vijf turbines staan op het grondgebied van Diest en Bekkevoort. Ook zij dateren van 2011 en leveren samen 11,5 MW.
De oorspronkelijke tien turbines hebben dus samen een opgesteld vermogen van 23 MW, gemiddeld 2,3 MW per turbine.
Nieuwe generatie vanaf 2018
In 2018 volgde een volgende uitbreiding. Ter hoogte van Scherpenheuvel-Zichem en Bekkevoort verschenen twee Senvion-turbines van elk 3,4 MW. Eén staat aan de zijde van Ballaar en de Weverstraat in Scherpenheuvel-Zichem, de andere aan de overzijde van de E314 op het grondgebied van Bekkevoort. Samen zijn ze goed voor 6,8 MW.
Tijdens dezelfde ontwikkelingsperiode kwam er in Diest nog een afzonderlijke turbine van 3,4 MW bij.
In 2022 zette Aspiravi opnieuw een stap vooruit. Ter hoogte van Veugelberg en de Hertstraat in Bekkevoort werden twee Nordex N117-turbines gebouwd. Elke turbine heeft een vermogen van 3,6 MW, samen goed voor 7,2 MW.
In september 2024 volgde in Webbekom een nog grotere Vestas V150. Die turbine heeft een ashoogte van 123 meter en wieken van ongeveer 75 meter. Het geïnstalleerde vermogen bedraagt 4,2 MW.
Met de nu aangevraagde turbine in Assent stijgt het vermogen opnieuw licht, tot 4,26 MW.
Windturbines rukken verder op richting Aarschot
Lange tijd verliep de verdere uitbreiding van de windenergiecorridor richting Aarschot en Rotselaar moeizamer. Inmiddels liggen ook daar verschillende projecten op tafel.
ENGIE plant vier windturbines in de zone Tielt-Winge–Aarschot, tussen de op- en afrittencomplexen 22 en 23 van de E314. Twee westelijke turbines zijn voorzien ten zuiden van de autosnelweg, in de omgeving van de Jennekensstraat in Aarschot. De twee oostelijke turbines komen volgens de plannen ten noorden van de E314, richting Groenweg en Oudenbos.
Nog verder westwaarts wil Aspiravi twee windturbines bouwen in Rotselaar. Ze zijn gepland aan de zuidzijde van de E314, aan weerszijden van het Esso-tankstation.
Het kunnen twee opvallend grote machines worden. De vergunning laat een maximale tiphoogte van 210 meter toe. Samen zouden ze ongeveer 28.000 MWh elektriciteit per jaar produceren, vergelijkbaar met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van circa 8.000 gezinnen.
Wanneer bereiken de bestaande turbines hun levensduur?
| Zone/project | Aantal | Productie sinds | Leeftijd in 2026 | 20 jaar | 25 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Halen–Diest E314 | 5 | 2011 | 15 jaar | 2031 | 2036 |
| Diest–Bekkevoort E314 | 5 | 2011 | 15 jaar | 2031 | 2036 |
| Diest E314 | 1 | 2018 | 8 jaar | 2038 | 2043 |
| Scherpenheuvel-Zichem–Bekkevoort | 2 | 2018 | 8 jaar | 2038 | 2043 |
| Bekkevoort E314 | 2 | 2022 | 4 jaar | 2042 | 2047 |
| Diest-Webbekom West | 1 | 2024 | 2 jaar | 2044 | 2049 |
| Bekkevoort-Assent | 1 | aangevraagd | — | — | — |
| Aarschot/Tielt-Winge | 4 | gepland | — | — | — |
| Rotselaar | 2 | aangevraagd/gepland | — | — | — |
Vooral de eerste tien turbines zijn belangrijk. De machines uit 2011 bereiken in 2031 twintig exploitatiejaren en zijn in 2036 vijfentwintig jaar oud.
Dat betekent niet dat ze dan automatisch moeten verdwijnen. In grote lijnen zijn er drie mogelijkheden: de turbines blijven na een technische beoordeling langer in bedrijf, ze worden ontmanteld, of de locaties worden gebruikt voor repowering.
Bij repowering worden oudere turbines vervangen door nieuwe, doorgaans grotere en krachtigere machines.
Bijna dubbel zoveel vermogen per turbine
Net daar wordt de technologische evolutie langs de E314 bijzonder zichtbaar. Het gemiddelde vermogen van een turbine is in vijftien jaar bijna verdubbeld:
- 2011: circa 2,3 MW
- 2018: 3,4 MW
- 2022: 3,6 MW
- 2024: 4,2 MW
- aanvraag Bekkevoort 2026: 4,26 MW
De tien oorspronkelijke turbines uit 2011 leveren samen 23 MW. Indien turbines van die generatie op termijn zouden worden vervangen door machines uit de huidige vermogensklasse, kan dezelfde hoeveelheid opgesteld vermogen theoretisch met aanzienlijk minder turbines worden bereikt. Omgekeerd kan het behoud van ongeveer hetzelfde aantal locaties tot een forse verhoging van het totale vermogen leiden.
Of dat ook werkelijk gebeurt, hangt af van toekomstige vergunningen, veiligheids- en milieunormen, afstandsregels, netcapaciteit en de technische toestand van de bestaande turbines.
Van uitbreiding naar vernieuwing
Daarmee komt het windenergielandschap langs de E314 stilaan op een kantelpunt. De voorbije vijftien jaar draaide het verhaal vooral om uitbreiding: telkens kwamen er nieuwe turbines bij en schoof de lijn van windmolens verder op richting het westen.
Vanaf het begin van de jaren 2030 komt daar een tweede beweging bovenop. Terwijl in Bekkevoort, Aarschot, Tielt-Winge en Rotselaar nog nieuwe turbines kunnen verschijnen, bereiken de tien oudste machines tussen Halen, Diest en Bekkevoort tegelijk het einde van hun oorspronkelijke ontwerp- en exploitatiehorizon.
De discussie zal daardoor niet langer uitsluitend gaan over de vraag waar nog nieuwe windturbines kunnen komen, maar steeds meer over wat er met de bestaande locaties gebeurt.
Dat kan het uitzicht van de E314 opnieuw ingrijpend veranderen. Repowering kan betekenen dat oude turbines verdwijnen en worden vervangen door minder, maar grotere en krachtigere machines. Het kan ook leiden tot een aanzienlijke verhoging van de elektriciteitsproductie op een corridor die vandaag al sterk door windenergie wordt bepaald.
De eerste grote bouwgolf langs de E314 begon in 2011. Rond 2031 begint mogelijk de tweede: niet alleen met nieuwe turbines, maar ook met de vernieuwing van de eerste generatie.
