Het herstel van waardevolle natte natuur, onder meer in Kloosterbeemden en in het Webbekomsbroek en het Schulensbroek, gaat samen met de uitzetting van een aantal vissoorten die ooit streekeigen waren maar nu compleet verdwenen waren. Onder meer de kwabaal is daar een voorbeeld van maar zeker ook de grote modderkruiper.
Expert van het Instituut Natuur en Bos Johan Auwerx heeft recent 40.000 larven van de grote modderkruiper uitgezet, onder meer in Diest, Schulen en Halen. Dat meldt VRT NWS en de expert bevestigt het ons ook. Die larven zijn amper een paar centimeter groot en de uitzetting ervan wordt verspreid over meerdere plaatsen in Schulens- en Webbekomsbroek.
Met die grote aantallen bootsen de onderzoekers van het INBO een reflex van de natuur zelf na. De larven zijn namelijk voedsel voor andere vissoorten maar ook waterwantsen en larven van grotere libellen eten de larven van de grote modderkruiper. Die soorten leven in dezelfde habitat, met name ondiep, snel opwarmend en voedselrijk water. In het milieu noemen ze dat ook wel plas-dras situaties. De onderzoekers gaan ervan uit dat amper een paar procenten van de uitgezette larven een kans maakt om te overleven. Daarom herhalen ze de actie binnen enkele maanden opnieuw, maar dan met grotere jonge exemplaren van de grote modderkruiper.
Opmerkelijk historisch erfgoed
Johan Auwera en zijn collega Jeroen Van Wichelen schreven een opmerkelijk artikel in het tijdschrift van het Institute of Fisheries Management. Ze merken daarin op dat de grote modderkruiper vroeger, vooral in de 18de en de 19de eeuw, door boeren maar ook in winkels en apotheken, in een bokaal werd gezet om dienst te doen als een soort levende barometer. De vis voelt namelijk schommelingen in de luchtdruk. De boeren gebruikten de signalen om te anticiperen op storm en onweer.

