De populatie kraanvogels in de Vallei van de Zwarte Beek breidt uit. Er zijn ondertussen drie koppels in het gebied. Een van die koppels komt al voor het vijfde jaar naar de vallei. In het eerste jaar dat ze er verbleven kregen ze twee jongen: Gru en Dru. Allicht is een van die kuikens ook een van de vogels die zich opnieuw in de vallei bevinden.
De ouders van Gru en Dru kregen ook in de jaren erna, vijf jaar op rij dus, opnieuw een of twee jongen. Ook dit jaar hebben ze weer een kuiken. De twee andere koppels zijn nog niet oud genoeg om jongen te krijgen. Kraanvogels zijn pas geslachtsrijp na vijf jaar. Ze keren ook vaak terug naar de plaats waar ze geboren zijn om te broeden.
Kraanvogels zijn zeer gevoelig voor een juiste habitat. Ze hebben grote, natte gebieden nodig waar ze rust en beschutting vinden en uiteraard ook voldoende voedsel. De Vallei van de Zwarte Beek is meer dan 1500 hectare groot en het is daarmee een van de grootste natuurgebieden in Vlaanderen.
Kraanvogels mogen absoluut niet gestoord worden in hun nestgebied. Daarom wordt het gebied waar ze leven geheim gehouden en er wordt ook toezicht gehouden op wie er eventueel rond loopt.
De aanwezigheid van drie koppels kraanvogels in de Vallei van de Zwarte Beek is volgens Noah Janssen, algemeen directeur Natuurpunt, het resultaat van de inzet van veel vrijwilligers die zeer hard hebben gewerkt om van de vallei weer een spons te maken en om venen en moerassen te herstellen.
De Vlaamse overheid heeft dat werk ondersteund met gerichte investeringen in natuurherstel. Uiteindelijk toont het project aan hoe vernatting werkt. Het maakt de natuur weerbaar tegen droogte én aantrekkelijk voor kwetsbare soorten.
