Podcast | De renovatie van het St. Rochusmemoriaal – Johan Noppen en Gwendolyn Rutten

Aarschot sleept een gruwelijk oorlogsverleden mee. Op 19 augustus 1914 trekken Duitse troepen de stad binnen. De soldaten hadden, in de dagen voorafgaand aan hun aankomst in Aarschot, hevige strijd moeten leveren en ze hadden zware verliezen geleden. Op meerdere plaatsen was dat al een aanleiding geweest voor geweld en misdaden tegen de burgerbevolking. Vanuit Limburg en het oosten van het Hageland kwam een lange vluchtelingenstroom op gang van mensen die aan die oorlogsgruwel wilden ontsnappen.

Dinsdag 18 augustus 1914
Van de vroegen morgen trekken lange ononderbroken rijen vluchtelingen over het Schaluin en door de Lei. Er komt geen einde aan die sliert van huifkarren en kruiwagens die zich moeilijk door de stad wringen, naar Leuven toe. “Wij moesten vluchtelingen weigeren”, zegt EH Leemans, leraar aan het college, omdat de klassen vol lagen op alle verdiepingen. Het waren meestal mensen van de kanten van Halen en Diest.

Uit het boek Aarschot Woensdag 19 augustus 1914

Drie officieren van het Duitse leger, generaal-majoor Stenger, kapitein Schwarz en luitenant Beyersdorff, namen hun intrek in het huis van burgemeester Joseph Tielemans. ’s Avonds ontstaan er schermutselingen in het centrum. De drie officieren volgen de situatie vanop het balkon van de woning.
Eerder onverwacht klinken er een paar schoten en generaal Stenger valt dood neer. De officieren die naast hem staan worden niet geraakt. De moord op Stenger was de aanleiding voor de bloednacht in Aarschot. Op verschillende plaatsen in de stad zullen uiteindelijk 173 mensen geëxecuteerd worden. Honderden huizen worden in brand gestoken en veel andere panden worden leeg geroofd.

Burgemeester Joseph Tielemans, zijn broer Emile en zijn zoon Louis, worden samen met een grote groep inwoners en een gewonde soldaat, naar de akkers aan de Stockmanshoeve gebracht. Tielemans en zijn naaste familie worden als eersten gefusilleerd. De anderen staan, opgelijnd in rijen, op hun lot te wachten. Een Duitse officier telt af: eins, zwei, drei. Elke derde persoon in de rij wordt neergeschoten. Nog eens vijfentwintig inwoners van Aarschot komen zo aan hun einde. Ook de gewonde soldaat wordt afgemaakt.

Op die plaats zal, op initiatief van de weduwe van burgemeester Tielemans, in 1923 een oorlogsmonument gebouwd worden. In 1964 wordt even verder het Sint-Rochusmemoriaal gebouwd. Dat memoriaal bulkt vandaag nog steeds van symboliek en herinneringen aan de gruwelijke bloednacht. Het is die site, die het stadsbestuur van Aarschot wil omvormen tot een plaats waar het ganse oorlogsverleden van de stad kan vastgeankerd worden.

Het memoriaal werd ontworpen door de bekende architect Marc Dessauvage die het een heel bijzondere modernistische invulling gaf. De ruwbouw in beton is meteen ook de eindafwerking. Enkel bovenaan zijn ramen die zicht toelaten op de kruinen van de bomen. De kapel wordt omzoomd door een parkzone en lijkt daardoor op te gaan in haar natuurlijke omgeving.

Wij hadden over dit project een gesprek met voorzitter van Poëzie Aarschot Johan Noppen en burgemeester van Aarschot Gwendolyn Rutten.

Johan Noppen zal zo’n 65 jaar oud zijn. Zelf is hij daar niet helemaal zeker van. De man ademt poëzie en dat heeft hij niet enkel in Aarschot maar ook in Leuven en Brussel persoonlijkheid gegeven. Tussen al dat dichtwerk in, stond hij ook tien jaar aan de tapkraan van café De Oude Tijd. In middens van dichters en kroegbazen wordt al eens zwaar geleefd en daar heeft Johan zeker zijn deel van gehad.
Johan Noppen heeft dat zware leven al langer achter zich gelaten. Zijn inbreng voor artistiek Aarschot is bijzonder hoog maar hij heeft ook erg waardevol werk geleverd om het oorlogsverleden van de stad levend te houden. Johan heeft daar een goede reden voor. Zijn grootvader was een van de mensen die door de Duitsers verplicht werden om de geëxecuteerde inwoners te begraven. Dat moesten ze doen met een klein zwart “schupke”. Johan heeft het werktuig nog steeds in zijn bezit.

Burgemeester Gwendolyn Rutten stapte in 2018 uit de nationale politiek om zich voltijds te kunnen bezig houden met de belangen van haar stad. De realisatie van het project van het Sint-Rochusmemoriaal is slechts één van de grote ontwikkelingen die ondertussen aan de gang zijn in de Demerstad. Onder meer de herwaardering van de omgeving van de Orleanstoren en de creatie van een nieuwe groene long aan de rand van de stad op het domein Schoonhoven geven Aarschot een stevig elan. Maar als burgemeester hecht ze bijzonder veel belang aan dit verbindend project. T

Toen ze aantrad als burgemeester had ze nooit kunnen vermoeden dat ze geconfronteerd zou worden met oorlog. In steden als Kiev en Mariopol staan de burgemeesters vandaag mee op de oorlogsbarricaden. In België zijn de burgemeesters volop in de weer om de mensen die vluchten voor het oorlogsgeweld mee op te vangen.

In de podcast verneem je wat er echt gebeurde tijdens de bloednacht. Gwendolyn Rutten en Johan Noppen leggen verder de geschiedenis uit van de obelisk uit 1923 en over de bouw van het memoriaal. Ze hebben het uitvoerig over het engagement van pastoor Devroey. Van hem zijn de woorden “vergeven ja maar vergeten nooit!”


Pastoor Devroey verloor zijn vader tijdens de executies. Hij heeft de ganse geschiedenis nauwkeurig opgetekend in zijn befaamde zwarte schriftjes. Die schriftjes zijn gelukkig bewaard gebleven, samen met een aantal kunstwerken die herinneren aan de oorlogsfeiten uit 1914. Ze werden later uitgegeven in boekvorm.

De kapel en de gedenksteen zijn allebei beschermd als monument en aangeduid als bouwkundig erfgoed.
Daarom werd voor de restauratie en de opwaardering een ontwerpteam samengesteld dat bestaat uit drie partners die zowel professioneel als academisch actief zijn in het architecturale veld: architect Saidja Heynickx en Sven Sterken en Charlotte Ardui van de Faculteit Architectuur KULeuven . Voor specifieke deelaspecten zoals technieken, stabiliteit, landschap en scenografie laat het trio zich bijstaan door externe specialisten.

Het architectenteam gaat niet enkel het gebouw en de obelisk aanpakken. Rond de kapel is een momenteel zwaar verwilderde tuin aangelegd die zeker perspectief biedt om mee een functie te krijgen in de herbestemmig van de site.

In het Memoriaal komt een permanente tentoonstelling die bezoekers moet informeren over het vreselijke oorlogsgeweld dat er in augustus 1914 plaatsvond. Ereburger van Aarschot Johan Noppen doet in dat kader een oproep naar de inwoners van Aarschot. Voor de permanente expo zijn ze nog op zoek naar voorwerpen die gelinkt zijn aan de vreselijke gebeurtenissen die er in augustus 1914 plaatsvonden. Wie zulke voorwerpen in bezit heeft en ze wil delen met de gemeenschap kan contact opnemen via mail aan museum@aarschot.be of per telefoon op 016 56 84 51.

Ook het trio architecten is nog op zoek naar beeldmateriaal van de plek, de bouw, vormsels en huwelijken die er plaatsvonden. Al het beeldmateriaal is welkom, ook als er maar een glimp van het gebouw opstaat. Getuigen en bezitters van beeldmateriaal mogen contact opnemen met Charlotte Ardui via charlotte.ardui@kuleuven.be.

Je kan vandaag al een collectie zeer opmerkelijke kunstwerken bekijken in het memoriaal.

Hiernaast: Collage van Jozef Devroey met kogelhulzen en een touw, gevonden bij het opgraven van de slachtoffers.

Onderaan: het bijna half verbrande beeld van Christus op de Koude Steen (tweede helft van de 16de eeuw), gered uit de brand van de Onze-Lieve-Vrouwekerk tijdens de Eerste Wereldoorlog en symbool voor de gefusilleerden.

Verder ook: Werk van Flor Lodewijckx, een piëta

Geef een reactie