Politieke fracties in Diest maken voorlopig geen duidelijke keuze tussen Limburg en Vlaams-Brabant

De gemeenten in Vlaanderen werken voor heel wat zaken samen met andere gemeenten maar er zit nauwelijks structuur in die allianties. Minister van Samenleven en Binnenlands bestuur Bart Somers heeft daar een woord voor. Verrommeling. 

We geven u graag een voorbeeld van die verrommeling. Scherpenheuvel-Zichem en Diest vormen samen een politiezone. Maar het huisvuil in Diest wordt opgehaald door Limburg.net terwijl dat in Scherpenheuvel-Zichem gebeurt door Ecowerf. Diest vormt dan weer een onderwijszone met Scherpenheuvel-Zichem en Bekkevoort maar daar zitten ook Tessenderlo en Halen bij. Als we al die samenwerkingsverbanden oplijsten, komen we alleen voor Diest aan een vijftigtal intergemeentelijke samenwerkingen. 

Dat lijstje ontaardt vlotjes in een kluwen van overlegcomités, raden van bestuur en al dan niet betaalde mandaten. Dat is een van de redenen waarom Somers schoon schip wil maken. Het kan allemaal veel eenvoudiger en dus ook goedkoper. Op het kabinet van de Vlaamse excellentie tekende men een plan uit met dertien referentieregio’s. Die regio’s moeten zoveel mogelijk taken opnemen waar regionale samenwerking voor nodig is opnemen. De burgemeesters worden de spil in die referentieregio’s.

Het voorstel van minister Somers lijkt logisch. Als alle regionaal georganiseerde opdrachten gecoördineerd worden binnen de referentieregio, kunnen een pak raden en comités op de schop. Dat geeft een veel duidelijker beeld en het zal alleszins efficiënter en inderdaad goedkoper worden.

Opstapje naar fusies, uitholling rol van de provincies

Achter die nobele bedoeling schuilt echter ook een politieke ingreep. Somers is de man die de fusies van gemeenten wil stimuleren. De referentieregio’s kunnen een opstapje zijn om dat proces te versnellen. Binnen zo’n referentieregio werken de gemeenten al nauw samen. Het is dan eenvoudig om daar subregio’s in te vormen die de huidige gemeentegrenzen overstijgen. Fusies dus. Vreemd genoeg wordt de rigiditeit die Vlaanderen vraagt voor samenwerkingsverbanden, niet gevraagd voor fusies. Het is dus best mogelijk dat Diest opteert voor de cluster Vlaams-Brabant terwijl men een fusie zou overwegen met het Limburgse Halen, iets wat een aantal beleidsmakers in Diest niet ongenegen is. In realiteit is zo’n fusie echter bijna onmogelijk. Halen zit immers volledig vastgeankerd in Limburg. Door te fusioneren met Diest zouden al die samenwerkingsverbanden moeten herschreven worden, iets wat bijna niet haalbaar is. Als de stad al een fusie zou overwegen lijken ze daardoor overigens veroordeeld tot een fusie met Scherpenheuvel-Zichem. Binnen de cluster Vlaams-Brabant grenst het enkel nog aan Bekkevoort. Maar daar hebben ze al langer gekozen voor een samenwerking met Tielt-Winge.

Geen nieuw beslissingsniveau

In de nota van de Vlaamse regering over dit onderwerp, staat dat de regio’s geen nieuw beslissingsniveau vormen. Dat is opvallend. In politieke kringen wordt hardop gespeculeerd dat de creatie van de regio’s niet alleen de fusies moet versnellen maar ook de provincies zal overbodig maken. De bevoegdheden van de provincies werden eerder al sterk beperkt door de persoonsgebonden beslissingen naar Vlaanderen te schuiven. De nieuwe referentieregio’s zijn hoofdzakelijk territoriaal gericht en dat is exact waar de provincie vandaag nog mee bezig is. 

Als de referentieregio’s geen beslissingen nemen en louter een overlegorgaan zijn, dan dringt zich de vraag op waar die beslissingen wel genomen worden. Het antwoord staat in de conceptnota van de Vlaamse regering. Dat gebeurt in de gemeenten zelf, maar ook door samenwerkingsverbanden of door Vlaanderen. De provincie wordt hier zelfs niet genoemd. De facto wordt dat beleidsniveau dus vleugellam gemaakt. Het is dus niet echt een afschaffing van het apparaat. De uitholling van de bevoegdheden ervan heeft  uiteindelijk hetzelfde resultaat.

Moeilijke afweging voor sommige grensgemeenten

Maar uiteraard is het nog lang niet zo ver. De referentieregio’s zijn er nog niet. Er is een voorstel van Bart Somers maar de gemeenten kunnen zelf aangeven bij welke regio ze willen aansluiten. 

Voor de meeste gemeenten zal de indeling  in een bepaalde regio geen zware strategische discussie vergen. Als je bijvoorbeeld in Holsbeek woont heb je geen opties. De gemeente ligt in het midden van de regio Oost-Brabant. Enkel voor een aantal grensgemeenten kan de keuze complex zijn. Dat is onder meer in Diest het geval. Een blik op de kaart van Somers is voldoende om dat te begrijpen. Puur territoriaal kan je Diest net zo goed, of misschien zelfs beter, in Limburg inkleuren.

Maar zo eenvoudig ligt dat niet. De keuze voor een referentieregio houdt de verplichting in om binnen een redelijke termijn alle samenwerkingsverbanden onder te brengen in de regio. Ook daar heeft Somers weer een mooi woord voor. Het Matrousjka model noemt de excellentie het. Matrousjka’s zijn de Russische houten poppetjes die naadloos in mekaar passen. Het moederpopje is in dit geval dus de referentieregio. Alle poppetjes die daar vervolgens in passen zijn samenwerkingsverbanden.

Die samenwerkingsverbanden moeten binnenkort allemaal in de referentieregio georganiseerd worden. Dat zorgt in Diest voor problemen. De meeste samenwerkingsverbanden van de stad zijn in Vlaams-Brabant georganiseerd maar een paar erg belangrijke zijn in Limburg verankerd. Als Diest effectief deel wil blijven uitmaken van de referentieregio Vlaams-Brabant moet de stad “binnen een realistisch tijdspad” die verankering losweken en omswitchen naar een alternatief in Vlaams-Brabant.

Het managementteam van de stad Diest heeft een vergelijkende oefening gemaakt waarbij ze de de huidige organisatie van samenwerkingsverbanden vergelijken met het alternatief in de andere provincie. Dat hebben ze gedaan voor de ongeveer 50 samenwerkingsverbanden maar het zijn toch vooral de vijf grootste waar men naar kijkt om een beslissing te nemen.

Dat zijn: de politiezone, de brandweerzone, de afvalintercommunale, Diest Uitbreiding en IGO.

Brandweer en politie

Voor de brandweerzone en de politiezone liggen de zaken eenvoudig. Als Diest kiest voor Limburg kan de stad niet in die beide zones blijven. Als het bestuur kiest voor Vlaams-Brabant blijft de situatie ongewijzigd. Een overstap heeft een aantal praktische consequenties maar die lijken niet onoverkomelijk. 

Afvalintercommunale is een groot probleem

Het belangrijkste probleem zit allicht bij de afvalintercommunale. Diest is als enige gemeente in Vlaams-Brabant aangesloten bij Limburg.net. Als men kiest voor Vlaams-Brabant moet dat Ecowerf worden. Er zijn nogal wat verschilpunten tussen de beide intercommunales. Limburg.net is bijvoorbeeld bezig met try-outs voor het Optimo-systeem. Dat laat toe om alle restfracties samen op te halen. Ze worden dan met een slim sorteersysteem later gescheiden. Allicht zal Diest instappen in dat systeem als ze bij Limburg.net blijven, alhoewel daar nog een waas van onduidelijkheid over hangt. Bij Ecowerf bestaat dat systeem voorlopig niet. 

Een belangrijk nadeel van een eventuele overstap naar Ecowerf is de kostprijs. Limburg.net is zowel voor de inwoners als voor de stad goedkoper.

Een overstap naar Ecowerf zou ook financieel een stevige uitdaging kunnen worden voor Diest. Het contract met Limburg.net is in 2019 voor 18 jaar vernieuwd en loopt dus tot 2037. Als Diest dat contract verbreekt zal Limburg.net wellicht een schadevergoeding eisen en die kan hoog oplopen. Bovendien moet Limburg.net in dat geval het recyclagepark afschrijven. Allicht kan dat, samen met de 3 personeelsleden, overgenomen worden door Ecowerf. 

Limburg.net int momenteel zelf de huisvuilbelasting. Bij een overstap naar Ecowerf moet dat gebeuren door het stadsbestuur omdat Ecowerf die dienstverlening niet aanbiedt.  Dat heeft een impact op het personeelskader in Diest. 

Diest heeft anderzijds ook een stevige spaarpot opgebouwd in Limburg.net. De stad is mede-aandeelhouder in de intercommunale en de waarde van die portefeuille is momenteel 719.190 euro. De stad heeft ook recht op een deel van de reserves van de afvalverwerker. Dat aandeel bedraagt 680.000 euro. Er werd niet meegedeeld hoe en hoeveel men daar kan van recupereren.

Onduidelijkheid over Diest Uitbreiding als bestuur kiest voor Limburg

Op het vlak van sociale huisvesting zou Diest bij een overstap naar Limburg in een ambigue situatie terecht komen. Die overstap zou inhouden dat Diest uit de sociale huisvestingsmaatschappij Diest Uitbreiding moet stappen. Het kan dan instappen bij de Limburgse Bouwmaatschappij Huisvesting. Er is vooral een verschil in dimensie. Diest Uitbreiding heeft 1020 sociale huurwoningen en er werken 13 voltijdse functies. Bij SHM zijn dat 3660 woningen en 44 voltijdse functies. 

Als Diest zou overstappen naar Limburg ontstaat er overigens een wel zeer vreemde situatie. De stad heeft 727 sociale huurwoningen van Diest Uitbreiding op haar grondgebied en die zouden dan beheerd worden door een intercommunale waar Diest geen samenwerking meer mee heeft. Daar werd ooit het woord Kafkaiaans voor uitgevonden. 

Geen vergelijkbaar alternatief voor IGO

Voor IGO is de vergelijking eenvoudig. Het takenpakket van de intergemeentelijke vereniging is erg divers en heeft geen vergelijkbare tegenhanger in Limburg. Bovendien zijn de klanten van IGO erg tevreden over die dienstverlening.

Diest doet vooral een beroep op IGO voor de ondersteuning van het OCMW, de wijkwerking, de regie van de sociale economie, groenonderhoud en de kwaliteit van woningen. Voor de eerste drie diensten is het aanbod in Limburg veel beperkter. Voor groenonderhoud is er geen alternatief in Limburg en op het vlak woningkwaliteit geven ze in Limburg gewoon zelf toe dat de dienstverlening van IGO kwalitatief veel beter is. 

Geen enkele fractie neemt een duidelijk standpunt in

Het bestuur in Diest moet nu, net zoals alle andere gemeenten in Vlaams-Brabant, kiezen bij welke referentieregio men wil aansluiten. Aan het einde van de commissieraadsvergadering die hieraan gewijd werd mochten de fracties zich uitspreken over hun voorkeur. Alhoewel bepaalde perskanalen suggereren dat men kiest voor Vlaams-Brabant nam geen enkele fractie een duidelijk standpunt in. Het agendapunt staat op de gemeenteraad van 14 december geagendeerd. In principe moet de raad dan wel een standpunt innemen. Uiterlijk tegen 15 januari moeten de burgemeesters hun voorkeur bekend maken bij de gouverneur. Die moeten op hun beurt de Vlaamse regering adviseren tegen einde januari 2021. 

In het plan van Somers maakt Diest deel uit van de referentieregio Vlaams-Brabant. Historisch is dat uiteraard een evidente keuze. Ook op basis van de vergelijking van de vijf bestaande kernsamenwerkingsverbanden lijkt die keuze de beste te zijn. Het is vooral de verankering aan afvalintercommunale Limburg.net die deze optie moeilijk en allicht ook duur maakt. Waarschijnlijk zal het stadsbestuur proberen om die spreidstand op te lossen door te kiezen voor Vlaams-Brabant maar met een uitzondering voor Limburg.net. Als dat zou lukken betekent dat niet dat er geen werk op de plank zou komen. We noemden al de onderwijszone die moet aangepast worden maar ook kleinere allianties zoals het toeristisch-economisch project De Merode is een van die grensoverschrijdende samenwerkingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.