De ooievaar is al enkele jaren een terugkerend fenomeen op meerdere plaatsen in het Hageland. De eerste broedpalen werden al tien jaar geleden aan het bezoekerscentrum Webbekomsbroek geplaatst. Die hebben ondertussen hun vaste bewoners, ook al is er ieder jaar opnieuw wel wat commotie. Ooievaars zijn in principe nesttrouw maar de natuur beslist soms anders.
De broedpalen zijn zonder twijfel een stimulans voor de vogelsmaar het landschap moet ook kloppen. Ooievaars hebben een moerassig gebied nodig met riet en ruigtes maar ook hooilanden. De vogel moet zeker zijn dat er voedsel is voor de jongen.
Plotse opvallende toename
De populatie ooievaars leek lang stabiel te blijven maar dit jaar is er een opvallende toename van nestelende en parende koppeltjes in het Hageland.
In de buurt van het Bezoekerscentrum Webbekomsbroek landde een koppel vogels op een oude boom. De twee koppels die er al enkele jaren terugkeren, leken de nieuwe bewoners te tolereren. De nieuwgearriveerde ooievaars vertoonden meteen ook paringsgedrag. Allicht breidt de populatie op de site dus uit.
Even verder in het Rotbroek heeft een koppeltje jongere vogels een ondertussen voltooid nest gebouwd. De twee ooievaars zijn ongeringd. Vogelexpert Luc Cieters deed een analyse van het verenkleed van een van die vogels en daaruit blijkt dat de ooievaar in zijn derde kalenderjaar zit. De vogel is geboren in 2024 en is dus geslachtsrijp. De vogelexpert verwacht dat de ooievaars snel de eerste eieren zullen hebben en dan kunnen ze beginnen broeden.
Ook in Aarschot werd een van de broedpalen in Park Schoonhoven recent bezet door een koppeltje ooievaars. Ze zijn begonnen aan de bouw van een nest en ook zij vertonen paringsgedrag. Eén van de vogels is geringd. Hij draagt het nummer Y0693. Luc Cieters checkte de informatie bij BeBirds, de database van het Belgisch Ringwerk. De vogel is geboren in 2023 in een nest van 3 op een paal in de Rode Del in Arendonk. De vader van deze ooievaar draagt ring 1795-bruin en hij werd geboren in 2017 in Planckendael. Hij broedt nog steeds, sinds 2021, in de Rode Del. De moeder is ongeringd.
In Park Schoonhoven staan ondertussen al zes broedpalen. In principe zijn er twaalf gepland maar de bijkomende palen worden pas geplaatst als de ooievaars de huidige palen beginnen gebruiken.
In De Kuilen in Testelt meldde en fotografeerde Eddie Meynen een geringde ooievaar, samen met een ongeringde. De geringde vogel draagt ring 2454 die in 2024 werd omgedaan in Plankendael. Ook die ooievaar is dus geslachtsrijp. Allicht kan ook dat kopel dus voor nageslacht zorgen.
Broedpalen aan Maagdentoren blijven onbewoond
De broedpalen aan de Maagdentoren in Zichem blijven voorlopig opvallend onbezet. Nochtans zijn er vogels die belangstelling hebben voor de palen. In het weekend van 11 en 12 april zat een koppel ongeringde vogels op een van de twee palen. Op 15 april werd er één ooievaar aan die paal gesignaleerd. Volgens Luc Cieters is dat gewoon een kwestie van tijd. In de loop van de volgende seizoenen kunnen de palen in Zichem zeker ook bewoners krijgen.
Jonge vogels lijken niet terug te keren naar Hageland
Luc Cieters volgt de evolutie van de ooievaars in Vlaanderen al vele jaren nauwgezet op. Toch blijft ook hij met een eenvoudige vraag zitten. Op het moment dat ze geslachtsrijp zijn keren de jonge ooievaars in principe terug naar hun geboorteregio. Dat is echter zeker niet het geval voor de vogels die in het Hageland geboren zijn vanaf 2021. Cieters heeft geen logische uitleg voor dat fenomeen.
119 ooievaars overwinteren in Vlaanderen
Het trekgedrag van de ooievaars wordt overigens zeer gedetailleerd in kaart gebracht. De jonge vogels worden geringd en die informatie wordt ingebracht bij Bebird. Daarnaast is er ook OOI, een vrij grote groep van ooievaarspotters op Facebook die goed georganiseerd werken.
De vrijwilligers van OOI doen onder meer wintertellingen. Een groeiend aantal ooievaars vertrekt niet meer naar het zuiden. Ooievaars zijn opportunisten. Ze merken dat onze winters zachter worden en dat ze hier dus kunnen overleven. Die tellingen worden geconcentreerd in een weekend midden december. Op die manier worden dubbeltellingen vermeden. De plaatsen waar overwinterende ooievaars slapen, zijn bekend bij lokale spotters. Maar sommige vogels verplaatsen zich af en toe.
De fysieke tellingen worden getoetst aan de data die tijdens dat weekend worden ingebracht op http://www.waarnemingen.be. Ooievaars zijn opvallende vogels en wandelaars of toevallige spotters doen ook vaststellingen. Die data worden wel goed afgecheckt, ook om dubbele data te vermijden.
De wintertellingen gebeuren vanaf het seizoen 2018-2019. De eerste vier jaar werd er half januari geteld, tegelijk met de Nederlandse wintertelling. Voor ooievaars is dat echter niet ideaal. Veel vogels overwinteren niet zo ver van hun broedplaats, onder meer in Frankrijk, en vaak komen die ooievaars al in januari terug, zeker bij zacht winterweer.
Een telling in januari kan dus een vertekend beeld geven. Daarom werd vanaf de winter 2022-2023 beslist om de wintertelling een maand te vervroegen, naar half december. De telling scheidt op die manier de lokale overwinteraars en de vroege terugkeerders.
Na analyse van de data kwamen de tellers vorig jaar uit op een totaal van 119 overwinterende ooievaars in Vlaanderen. Het is uiteraard mogelijk dat er hier en daar enkele exemplaren gemist werden. De werkelijke winterpopulatie mag dus wat hoger geschat worden, op 120-125 exemplaren. 119 ooievaars is het hoogste aantal dat werd geteld in de acht opeenvolgende wintertellingen vanaf de winter 2018-2019. De vorige drie winters was het aantal behoorlijk stabiel, met een kleine spreiding van 99-105 exemplaren, maar de winter 2025-2026 laat een duidelijke stijging zien.
Opvallend! In Vlaams-Brabant en Limburg blijven maar weinig ooievaars overwinteren. Enkel in de kanaalzone in Vilvoorde werd een grotere groep overwinteraars vastgesteld.
