Het staat een beetje anoniem in de agenda van de gemeenteraad:
In dit dossier wordt goedkeuring gevraagd voor het principe van de schenking van dit onroerend goed. Na goedkeuring zal het ontwerp van schenkingsakte worden opgemaakt, en op een volgende gemeenteraad ter definitieve goedkeuring worden voorgelegd.
Het onroerend goed dat het stadsbestuur wil wegschenken is niet het minste. Het gaat namelijk over de Universiteitshal in de Naamsestraat. Dat historische pand is inderdaad door een reeks vreemde kronkels in de geschiedenis, eigendom van de stad Leuven. Met deze schenking, wil het stadsbestuur haar waardering uitspreken voor de diepgaande samenwerking en verwevenheid van de universiteit met Leuven. De Universiteitshal moet op die manier de fysieke belichaming van de symbiose tussen stad en universiteit worden, ook in de komende eeuwen.
De meesten kennen de Universiteitshal als de plek waar je je als student inschrijft voor de universiteit of waar de diensten van de rector gehuisvest zijn. We duiken even in de geschiedenis om na te pluizen waarom dit gebouw dan geen eigendom is van de universiteit.
Het gebouw werd geconstrueerd als lakenhal en dateert uit de dertiende eeuw. Leuven had op dat moment een bloeiende textielindustrie en de lakenhal diende als opslag- en verkoopshal voor laken. Na 1350 kwam de lakenindustrie in verval en raakte een deel van het gebouw in onbruik.
Toen de KU Leuven in 1425 werd opgericht, stelde de stad een deel van de lakenhal ter beschikking als leslokalen voor de universiteit. Dat was de start van de academische rol die de hal in Leuven zou gaan opnemen. De combinatie van marktruimte en universitaire auditoria bleek niet altijd ideaal.
In de 17e eeuw verkocht de stad het gebouw aan de universiteit, die het onmiddellijk renoveerde en uitbreidde met onder meer een bibliotheek.
Tijdens de Franse Revolutie werd de universiteit afgeschaft en kwam de Universiteitshal terug in eigendom van de stad. Na de hervorming van het hoger onderwijs in België in 1835 werd de universiteit officieel als vrije, katholieke universiteit erkend. Het stadsbestuur stelde daarop via een erfpachtovereenkomst de Universiteitshal opnieuw ter beschikking van de universiteit. Sindsdien fungeert de Universiteitshal als centrum van de academische gemeenschap.
Toen de Duitse bezetter op 25 augustus 1914 de Leuvense binnenstad in brand stak, is ook de universiteitshal op de voorgevel na bijna volledig vernield. In de brand gingen ook 300.000 boeken en manuscripten verloren. De Universiteitsbibliotheek werd heropgebouwd op het Monseigneur Ladeuzeplein.
Onlangs liet de universiteit nog grondige restauratiewerken aan de buitengevel en het rectoraat uitvoeren om het gebouw verder klaar te stomen voor de toekomst.
Na de goedkeuring van het voorstel tot schenking door de gemeenteraad volgt nog een officieel overdrachtsmoment.
