In Heverlee zijn de nieuwe Universitaire Serres zijn geopend. Dat is een hypermodern glastuinbouwcomplex met een hoog bioveiligheidsniveau. Verwacht hier geen plantenkwekers maar een team biotechnologen die op basis van wetenschappelijk onderzoek een aantal landbouwproblemen uit de wereld proberen te helpen.
De energievoorziening van het complex gebeurt volledig fossielvrij, wat voor een serre uitzonderlijk is.
Het onderzoek dat in de serres gebeurt heeft hoofdzakelijk te maken met voedselzekerheid, duurzaamheid en klimaatverandering, De onderzoekers zijn onder meer bezig met vragen zoals: kan je een even grote opbrengst krijgen met minder licht, zodat de energiefactuur daalt? Hoe stel je het gebruik van chemische middelen zo lang mogelijk uit? Kan je bacteriën en gisten inzetten om nuttige insecten naar planten te lokken en schadelijke insecten weg te jagen? Beïnvloedt de klimaatverandering de zaadvorming? Welk effect heeft onze lange schemering op de groei van planten uit het Zuiden, waar de schemering maar even duurt?
Geen nieuwe open ruimte aangesneden
De levensduur van een serre is ongeveer twintig jaar. De vorige serre werd in 1998 gebouwd en ze had al enige tijd de maximale gebruiksduur overschreden. Er waren zowat permanent herstellingen nodig en vooral de energiekost liep heel hoog op. De oude serre was ook te klein geworden om alle lopende projecten efficiënt te kunnen afwerken.
Zeven jaar geleden werden de eerste plannen gemaakt voor een nieuwe infrastructuur. Men opteerde ervoor om geen open ruimte aan te snijden in Heverlee maar om een nieuwe serre te bouwen op de plaats van het bestaande complex. Dat is natuurlijk niet evident. In 2024 werd de oude serre afgebroken maar de onderzoeksprojecten moeten wel doorlopen. Om dat mogelijk te maken werd deels uitgeweken naar zusteruniversiteit UCLouvain in Louvain-la-Neuve, deels naar de plantentuin van Meise en deels naar een gehuurde serre in Boechout.
Die tijdelijke verhuis veroorzaakte heel wat gependel tussen de kantoren in Heverlee en de tijdelijke serres. Dat is dus achter de rug. De onderzoekers beschikken voortaan over één van de grootste onderzoeksinstallaties ooit gebouwd binnen de faculteiten van de groep ‘Wetenschap en Technologie’.
De nieuwe serre heeft een oppervlakte van 3360 vierkante meter, bijna een verdubbeling tegenover vroeger. Er zijn 34 afgesloten compartimenten, van verschillende groottes en elk met hun eigen klimaatregeling voor temperatuur, luchtvochtigheid, gietregime en verlichting. Daarnaast komen er nog vier groeikamers – dat zijn volledig verduisterbare, gesloten dozen.
Volledig fossielvrij
Het serrecomplex wordt volledig fossielvrij aangestuurd en stoot geen CO2 uit om te verwarmen. De infrastructuur is op die manier een pionier. Het sterven naar duurzaamheid wordt doorgetrokken in de aanleg van een grotere vijver. Regenwater is het beste om planten mee te begieten of te besproeien. De universitaire serres zijn nagenoeg zelfvoorzienend op het vlak van water. Boven de vijver komen nog zonnepanelen; er liggen er ook al op een deel van de serre. Daarmee kan men de serres zowel koelen als verwarmen.
Leslokalen
In de nieuwe serre zijn ook een paar leslokalen ingebouwd. Die staan aan de noordkant, zodat het gebouw geen schaduw werpt op de planten. De eerstejaarsstudenten practica plantkunde kunnen er opleidingen volgen. Dat lokaal ligt naast een laboruimte waar basisonderzoek kan gebeuren.
Bioveiligheid
De serre in Heverlee voldoet aan strenge bioveiligheidsvoorwaarden. De onderzoekers gebruiken vaak genetisch gewijzigde planten die hopelijk robuuster zijn tegen ziekteverwekkers, zoals insectenplagen of schimmels. Die ziekmakers mogen vooral niet verspreid geraken in de omgeving rond de serre.
Daarom werken ze overal met dubbele deuren. De dakramen gaan open, maar een gaas zorgt ervoor dat er geen insecten van binnen naar buiten kunnen en omgekeerd. In de kelder staat een waterzuiveringsinstallatie om het water dat ze afvoeren te ontsmetten.
Een kleinere zone binnen de serre is zelfs ‘bioveiligheidsniveau G2Q’, waarbij de Q staat voor quarantaine. Vier van de compartimenten in de serre zijn voorbehouden voor onderzoek met zeer gevaarlijke ziekteverwekkers. Het gaat om volledig afgesloten ruimtes, zonder ramen, waar je enkel binnen kan met een badge en nadat je je in een sas hebt omgekleed in een speciaal pak. De onderzoekers werken daar met onderdruk, zodat de lucht uit die quarantainecompartimenten – met daarin bijvoorbeeld sporen van organismen – niet kan ontsnappen.
Deze tekst is gebaseerd op het artikel “Hightech labo onder een glazen stolp” op KULeuven Stories. Copyright foto: KULeuven Stories
