De historische watermolen in Testelt krijgt vanaf 1 november een opmerkelijke herbestemming. De molen is gekocht door Tim Verbiest en Mathias Seynaeve. Zij gaan het gebouw gebruiken als uitvaartaula met koffiezaal.
De twee ondernemers hebben in mei 2026 de BV Verbiest & Senaeve Holding opgericht, een vennootschap die onder meer alle dienstverlening in verband met uitvaarten mag leveren. Zij plaatsen al enkele maanden vacatures voor flexijobs als medewerker koffietafel en drager voor uitvaarten in Scherpenheuvel-Zichem.
In een brief aan de omwonenden melden de twee ondernemers dat de verbouwing en inrichting van de molen start vanaf 1 november 2026. Op 4 december 2026 start het uitvaartbedrijf officieel op.
De historische graanmolen graanmolen kwam in 1952 in handen van de Belgische staat. Rond 1960 volgde een restauratie. Sedert 23 oktober 1981 is de molen beschermd als monument. In 1990 kwam het monument opnieuw in privéhanden. De toenmalige eigenaar baatte er onder meer een feestzaal in uit.
In 2018 kwamen ernstige scheuren en verzakkingsproblemen aan het licht. De eigenaar liet betonnen verstevigingen aanbrengen, maar dat gebeurde blijkbaar niet met de vereiste vergunningen. In 2021 werden de niet-vergunde werken verwijderd en het pand werd hersteld in de oorspronkelijke toestand.
De geschiedenis van de molensite gaat terug tot minstens het midden van de twaalfde eeuw. In 1151 stond Zeger, heer van Testelt, zijn molenrechten af aan de abdij van Averbode. Die overdracht gebeurde overigens in een aantal opeenvolgde fases. De Norbertijnen kregen daarmee rechten op een installatie die voor de plaatselijke economie van groot belang was. Het complex omvatte overigens twee molens, een graanmolen en een olie- of slagmolen.
Het gebruik van de molen vroeg om strikte afspraken. Molenaars hadden voldoende water nodig, maar een te hoog opgestuwd peil stroomopwaarts problemen kon veroorzaken. Dat evenwicht werd al in 1299 uitvoerig geregeld. Een historische regeling beschreef onder meer de afmetingen van molenonderdelen en sluizen, maar bepaalde ook wanneer de sluisplanken moesten worden opgetrokken. Bij overtollig water moest de doorgang zo ver mogelijk worden geopend. Zelfs wanneer de molens niet maalden, moest voldoende water kunnen doorstromen.
Het huidige gebouw dateert grotendeels uit het begin van de zeventiende eeuw. De molen werd in 1598 door Spaanse troepen in brand gestoken en al in 1608 heropgebouwd. Dat laatste jaartal staat met donkerder bakstenen in de noordelijke zijgevel.
Ook de bouwmaterialen vertellen iets over het verleden. De zware onderbouw bestaat uit ijzerzandsteen. Aan de rivierzijde zijn ijzerzandsteen, baksteen en zandsteen verwerkt, deels in afwisselende lagen. Mogelijk werden daarbij bouwdelen van een oudere, vijftiende- of zestiende-eeuwse kern hergebruikt.
Boven de brede toegangsdeur prijkt het wapenschild van Servaes Vaes, abt van Averbode van 1648 tot 1698, met het jaartal 1678. Zijn wapenspreuk luidt Ne quid nimis: ‘in niets te veel’.
Het historische molencomplex was uitgebreider dan het gebouw dat vandaag overblijft. Aan de overkant van de rivier stond een slagmolen. Aan het begin van de twintigste eeuw liet ingenieur Alfons Theyskens die molen afbreken om plaats te maken voor de prestigieuze Villa Ter Wolf. Ook die villa werd recent verkocht. De huidige eigenaar renoveert dat pand momenteel. In de kelder van Villa Ter Wolf zouden de fundamenten van de verdwenen molen overigens nog steeds zichtbaar zijn.
