Minister van onroerend erfgoed Ben Weyts investeert 68.000 euro in de Sint-Pieterskerk in Testelt. Dat geld gaat dienen om de glas-in-loodramen te herstellen. Er worden ook voor- en achterzetramen geplaatst om de energiefactuur te drukken. Concreet zullen de witte glas-in-loodramen in het westraam en het schip hersteld worden. De voor- en achterzetramen zullen de isolatie fors verbeteren en dus de energiefactuur van de kerkfabriek gevoelig drukken.
Ook de 2 ramen in de sacristie krijgen achterzetbeglazing.
De totale kostprijs van de huidige werken bedraagt 99.000 euro. Vlaanderen neemt via het Agentschap Onroerend Erfgoed ongeveer 70% voor zijn rekening neemt. Het resterende bedrag wordt gedragen door de lokale kerkfabriek.
Eerder investeerde Vlaanderen al 110.000 euro in de restauratie van de figuratieve glas-in-loodramen van het koor en de dwarsbeuk, en in herstelwerkzaamheden aan schrijn-, timmer- en schilderwerk.
Ook het toegangspoortje van de kerkhofmuur werd toen aangepakt.
Volgens Ben Weyts vertellen dit soort kerken het verhaal van Vlaanderen en het verhaal van hun dorp. Weyts beseft echter dat de instandhouding van deze monumenten gelinkt is aan de het rationaliseren van de energiefactuur. Met deze werken behoudt de Sint-Pieterskerk haar 15de eeuwse uitstraling, maar ze wordt wel een pak energiezuiniger.
De geschiedenis van de gotische Sint-Pieterskerk op het dorpsplein van Testelt gaat terug tot de 15de eeuw. Sporen van het middeleeuwse dwarsschip en de gotische vensters zijn nog steeds zichtbaar.
De kerk heeft een stevige toren en wordt omringd door een charmante kerkhofmuur en schaduwrijke bomen.
De kerk wordt nog altijd gebruikt voor erediensten en er vinden ook regelmatig orgelconcerten plaats.
