Het vertrouwde werkpaard van defensie, de A400M, is de laatste weken opvallend weinig te zien boven het Hageland. Daar is een goede reden voor. Verschillende toestellen zijn namelijk naar Litouwen waar ze een reeks oefeningen van het Special Operations Regiment ondersteunen. Ook het peloton RavAir uit Schaffen was bij die oefening betrokken.
De bemanningen van de 15e Wing Luchttransport voerden tijdens de oefening in Litouwen vluchten uit op lage hoogte maar ook tactische manoeuvres en luchtdroppings.
De oefening is deel van het programma Airlift Block Training (ABT) die twee keer per jaar plaats vindt. De luchtmacht en de landmacht leiden deze trainingen om beurten. Defensie geeft mee dat de inzet van twee tot drie toestellen tijdens een aaneengesloten periode van een maand zeer uitzonderlijk is. Het doel van de trainingen is om essentiële tactische vaardigheden te onderhouden en te ontwikkelen, bovenop de dagelijkse strategische en logistieke transportopdrachten.
De oefening in Litouwen verliep in twee fasen. De eerste diende als voorbereiding op de evaluatie van de 15e Wing volgens NAVO-normen. De tweede confronteerde de bemanningen met een complexe omgeving en situaties: droppings van personeel en materiaal, coördinatie met andere toestellen, strakke timings en gesimuleerde dreigingen.
Bij elke vlucht werden de grenzen verlegd. Een A400M landen op een smalle landingsbaan, vliegen op lage hoogte boven de Litouwse bossen of het uitvoeren van een tactische landing (Tactical Air Landing Operation) waren dagelijkse kost.
Het Special Operations Regiment tijdens de training
Met een laadvermogen van 37 ton kan de A400M tot 116 militairen vervoeren. In paracommando-configuratie, met alle benodigde uitrusting, ligt dat aantal rond de 80. Die keuze werd al eerder gemaakt op het moment dat de A400M operationeel werd in België.
De verschillende eenheden van het Special Operations Regiment maakten volop gebruik van deze mogelijkheid. De sectie Luchtbevoorrading (RavAir) uit Schaffen, het 3e Bataljon Parachutisten (3 Para) en het 2e Bataljon Commando’s (2 Cdo) voerden talrijke sprongen uit, zowel met automatische opening (static line) als in vrije val, soms in volledige duisternis.
Ook de Litouwse special forces maakten van de trainingsperiode gebruik om uit een Belgische A400M te springen.
Dit soort training laat volgens de commandant die de operatie leidt het specifieke belang van de Belgische defensie zien voor de NAVO-bondgenoten. België beschikt over aanzienlijke expertise op het gebied van tactisch luchttransport. Defensie is in staat om snel mensen en materiaal in te zetten volgens de normen van de NAVO.
