Het Ernest Claesgenootschap schenkt het archief van de populaire Vlaamse schrijver aan het Letterenhuis in Antwerpen. Dat meldt het Letterenhuis zelf op hun website.
In het archief zitten meer dan 12.000 brieven maar ook ongeveer duizend manuscripten en een uitgebreide verzameling foto’s, knipsels en audiotapes.
Ernest Claes is vooral bekend van De Witte die de basis was voor de TV-serie Wij Heren van Zichem. Het boek werd ook tweemaal verfilmd, eerst door Jan Vanderheyden (1934) en daarna door Robbe De Hert (1980). Zijn oeuvre is echter veel uitgebreider.
Ernest Claes huwde met de Nederlandse schrijfster Stephanie Vetter. Zij zou, samen met hun zoon en schoondochter het archief opbouwen. In 1975 droegen ze die ondertussen imposante verzameling over aan het Ernest Claesgenootschap. Jan Van Hemelryck heeft het, samen met archivaris Timo Gielis, bewaard en verder uitgebouwd. Van Hemelryck. Zij dragen dat archief nu over aan het Letterenhuis.
Het archief van Claes bevat heel wat belangrijk bronmateriaal van de schrijver. Onder meer handgeschreven jeugdherinneringen, een bewerkte proefdruk van zijn eerste uitgave Uit mijn dorpken (1906), notitieboekjes met eerste ideeën en tal van opeenvolgende versies van verschillende van zijn romans. De brievencollectie bevat brieven van zijn uitgever, zijn echtgenote en schrijvers als Stijn Streuvels, Felix Timmermans, Marie Gevers en Herman Teirlinck.
Ook over het ontstaan van De Witte en de verfilmingen van het boek zitten nogal wat documenten in het archief. Onder meer de eerste korte notities over De Witte, verschillende manuscripten en bewerkte typoscripten en drukproeven, de toestemming tot verfilming en een handgeschreven epistel over hoe dit tot stand kwam. Daarnaast ook sporen van vertalingen in het Engels, Spaans én Indonesisch. De verzameling bevat ook foto- en affichecollecties met beelden van De Witte-feesten en -parades.
Een overzicht van zijn zeer uitgebreide verzameling boeken: Uit mijn dorpken (1906), Het proza van Potgieter (1910), De fanfare van de Sint-Jansvrienden (1910), Uit mijn soldatentijd (1917), Bei uns in Deutschland (1919), Namen 1914 (1919), Oorlogsnovellen (1919), De Witte (1920), Sichemsche novellen (1921), De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop (1923), Kiki (1925), Het leven van Herman Coene (1925-1930), Wannes Raps (1926), Onze smid (1928), De heiligen van Sichem (1931), De geschiedenis van Black (1932), De wonderbare tocht (1933), Kobeke (1933), Pastoor Campens zaliger (1935), Van den os en den ezel (1937), Reisverhaal (1938), De moeder en de drie soldaten (1939), Clementine (1940), Jeugd (1940), Langs harde paden (1940), Herodes (1942), Kerstnacht in de gevangenis (1946), De oude moeder (1946), Gerechtelijke dwaling (1947), De oude klok (1947), Jeroom en Benzamien (1947), Sinterklaas in de Hemel en op de Aarde (1947), Die schone tijd (1949), Daar is een mens verdronken (1950), Studentenkosthuis ‘bij Fien Janssens’ (1950), Peter en Polly (1950), Floere, het Fluwijn (1951), Het leven en de dood van Victalis van Gille (1951), Cel 269 (1952), Voor de open poort (1952), De nieuwe ambtenaar (1952), Het was lente (1953), Ik en mijn lezers (1955), Dit is de sproke van broederke Valentijn (1956), Twistgesprek tussen Demer en Schelde (1957), Ik was student (1957), Leuven, o dagen, schone dagen (1958), De mannen van toen (1959), Ik en de Witte (1960), Voordrachtgevers zijn avonturiers (1962), Mijnheer Albert (1965), De klanten van pastoor Campens zaliger (1965), Daske (1965), Schone herinneringen (1966), Uit de dagboeken van Ernest Claes (1981), Uit de dagboeken van Ernest Claes: het afscheid (1983),




