De eerste ernstige winterprik van dit jaar zorgt ervoor dat we meer vogeltjes zien die korter bij de huizen op zoek zijn naar voedsel. Zeker wie een voederhuisje of dito plank heeft, krijgt momenteel meer vogelsoorten op bezoek. Daar zijn zeker koolmeesjes bij. Koolmeesjes maken namelijk gretig gebruik van bijvoederopportuniteiten. In strenge winters kan grote sterfte optreden in de populatie van koolmeesjes.
Koolmezen blijken echter slimme vogels te zijn. Ze gebruiken namelijk een erg efficiënt systeem om voedsel te vinden, vooral als ze in een onbekende omgeving komen.

Britse biologen trainden al in 2015 een koolmees om voedsel uit een puzzeldoos te plukken. Ze verplaatsten die puzzeldoos daarna samen met de vogel naar een bos. De koolmezen die daar leefden wilden het voedsel uit de doos uiteraard ook wel hebben. Ze gingen echter niet opportunistisch proberen om de doos te openen maar ze keken eerst geduldig hoe hun soortgenoot, die het trucje al kende, het deed en gingen dat nadien nabootsen.

Dat onderzoek kreeg recent een vervolg. Wetenschappers van het Max Planck Institute of Animal Behavior in Duitsland toonden aan dat de koolmezen hun soortgenoten veel intensiever gaan observeren en kopiëren als ze verhuizen, bijvoorbeeld van het ene bos naar een ander bos.

De wetenschappers plaatsten een groep vogels in een kooi waar ze leerden om voedsel uit een doos te pakken door een luikje naar rechts te schuiven. Een tweede groep koolmezen werd in een vergelijkbare situatie gezet maar zij moesten het luikje naar links schuiven om aan het voedsel te geraken.

Daarna werden twee vogels in het andere hok geplaatst. De beweging die ze hadden aangeleerd leverde daar geen beloning meer op maar ze probeerden dat ook niet. In plaats van te gaan experimenteren, gingen de koolmezen hun soortgenoten observeren om daarna meteen op de juiste manier het luikje open te schuiven en zo bij het voedsel te geraken.

Er was wel een voorwaarde. De kooien moesten verschillend zijn van mekaar. Als de omgeving te gelijkend was, waren de meesjes veel minder gemotiveerd om gedrag te gaan kopiëren. De koolmezen hebben dus blijkbaar een reflex waardoor ze het gedrag van “locals” overnemen in een nieuwe omgeving.

Over het koolmeesje

De koolmees is goed herkenbaar aan de opvallend gele onderzijde met zwarte middenstreep. Die middenstreep is breder bij mannetjes dan bij vrouwtjes. De kop is glanzend zwart met een grote witte wang. De vogel heeft een mosgroene bovenzijde met witte vleugelstreep en blauwgrijze vleugel.
De koolmees is de enige mees met witte buitenste staartpennen. Die kan je vooral goed zien als de vogel vliegt.

Koolmezen zijn standvogels . Ze overwinteren dus in ons land.

De koolmees is een holenbroeder. De vogel gebruikt holtes van bomen om het nest te bouwen maar de vogel gebruikt ook nestkastjes en soms zijn ze daar zelfs van afhankelijk. Het vrouwtje begint te broeden als er 8 tot 10 eieren zijn en dat broeden begint vanaf einde april. Beide ouders voederen de kuikens. De jonge vogels blijven twee tot drie weken weken in het nest. Daarna vliegen ze uit maar ze komen nog een paar weken terug om gevoerd te worden.

Geef een reactie