De Motte is momenteel nog steeds een belangrijke oorzaak van wateroverlast in het Hageland. Daar wordt echter vanuit verschillende overheden aan gewerkt. In Tielt-Winge heeft de provincie Vlaams-Brabant een gecontroleerd overstromingsgebied ingericht in de omgeving van het Hazenpad. Het water van de Tieltse Motte krijgt er meer ruimte in de onbebouwde delen van de vallei. Om dat te realiseren werd een nieuwe dijk aangelegd en werd een knijpconstructie gebouwd die het water tijdelijk ophoudt en daarna vertraagd laat doorstromen.
Oorzaken vanwateroverlast in de vallei van de Motte
De Motte stroomt via Tielt-Winge door het Walenbos naar Houwaart en Rillaar. Op de grens van Rillaar en Aarschot mondt de beek uit in de Demer. Het landschap waar de Motte zich doorheen ploegt is sterk heuvelachtig. met vruchtbare valleien en de typische Diestiaanheuvels. In de valleien waren oorspronkelijk natte hooigraslanden en elzenbroekbossen. Die hielden het water langer vast.
Na de tweede wereldoorlog probeerde men meer greep te krijgen op deze zeer waterrijke omgeving. Er werden afvoergrachten aangelegd en beken uitgediept die het water sneller naar de Motte laten vloeien. De natuurlijke overstromingsgebieden werden ingenomen door landbouwpercelen en bebouwing. De Motte werd op sommige plaatsen ook recht getrokken. De combinatie van die ingrepen zorgt voor piekdebieten bij zware regenval. Dat zet druk op de lager gelegen woongebieden die regelmatig overstromen. In Rillaar en Tielt-Winge staan in zulke omstandigheden ganse wijken onder water. Die druk neemt toe naarmate de klimaatverandering voor meer excessen in de neerslag zorgt.
Gecontroleerd overstromingsgebied van 8.800 kubieke meter
Ondertussen is de visie op de rol van valleien en vernatting sterk bijgesteld. Vanuit verschillende overheidsinstanties worden initiatieven genomen de natuurlijke sponsvorming van de valleien te herstellen. De provincie Vlaams-Brabant investeerde de afgelopen maanden in een nieuwe dijk en een knijpconstructie in de omgeving van het Hazenpad en de oude tramdijk in Tielt-Winge. Die moet ervoor zorgen dat het water dat hier bij zware regenval massaal naar beneden kolkt, langer wordt opgehouden en vertraagd afvloeit. Daardoor kan een deel van het water ook beter, hogerop in de vallei, in de bodem dringen. Door de constructie zal hier een gecontroleerd overstromingsgebied ontstaan dat zo’n 8.800 kubieke meter water kan vasthouden. Dat bufferbekken ontstaat in een lager gelegen weide stroomopwaarts van het punt waar de Motte en de Hommelsebeek samenvloeien.
Teenbeek zorgt voor bijkomende bescherming
Naast de nieuw opgetrokken dijk hebben de ontwerpers een zogenaamde teenbeek laten uitgraven. Het water dat aan buitenzijde van de nieuwe dijk afstroomt kan weglopen via die beek. Op die plaats was ook een kleiner wachtbekken van Fluvius dat voortaan afwatert via de teenbeek. De teenbeek mondt pas stroomafwaarts van de knijpconstructie uit in de Tieltse Motte. Dat moet ervoor zorgen dat de woningen die in de directe omgeving van de constructie staan, geen hinder ondervinden van opstuwend water aan deze zijde van de nieuwe dijk.
Een uittreksel uit het “hemelwater- en droogteplan” van de gemeente Tielt-Winge geeft duidelijk de problematiek aan van deze site
Een belangrijk deel van de Boekhoutstraat en het Hazenpad is gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied en worden door zowel de gemeentediensten als de pluviale overstromingskaarten als kwetsbare locaties bevestigd. Deze straten bevinden zich afwaarts van afstromende landbouwpercelen en delen er van in het overstromingsgebied van de Tieltse Motte. Het Hazenpad is hier een specifiek voorbeeld van. Het RWZI (knelpunt 4) heeft bovendien bij zware regenval en grote stroomsnelheden hier ook soms problemen met afkalvende oevers en hoge waterpeilen. De dienst waterlopen van de provincie volgt dit nauw op en heeft recent deze oevers opnieuw hersteld.
Plaatsing prefabconstructie was niet evident
De plaatsing van de constructie was volgens projectingenieur van de provincie Vlaams-Brabant Mieke De Wilde, niet evident. Dergelijke constructies zijn bijna altijd een uitdaging wegens de bereikbaarheid aan waterlopen en de kwetsbaarheid van de aanliggende terreinen. Het vervoer van beton en kranen zijn behoorlijk zwaar. In dit geval ging het om een prefab constructie die zo’n 36 ton weegt. De klus werd geklaard door de firma Heylen die ondertussen wel wat ervaring hebben opgebouwd met dergelijke opdrachten.
Afstelling doorlaadklep gebeurt handmatig
De realisatie van de knijpconstructie is afgerond maar de werking ervan heeft nog wat finetuning nodig. In de loop van de volgende maanden monitort men het waterpeil in het bufferbekken en op de afvoer van de Motte na de knijpconstructie. Dat moet toelaten om de opening van de klep in de constructie bij te stellen en op die manier het juiste evenwicht te vinden tussen het water dat kan weg stromen en het water dat opgestuwd wordt. Die bijstelling gebeurt handmatig.
Provincie Vlaams-Brabant en Vlaanderen investeren in waterveiligheid
De firma Heylen voerde de werken uit voor een bedrag van 163.106,31 euro. De provincie Vlaams-Brabant krijgt hiervoor 50% subsidies via het ‘Levend water’-programma van de Vlaamse Milieumaatschappij van de Vlaamse overheid.
Provinciaal gedeputeerde Tom Dehaene beklemtoont nog dat ook de erosiebestrijding op de sterk hellende akkers aangepakt wordt. Ook dat verhindert een te snelle afstroming van het water naar de beekvallei.
De knijpconstructie werd aangebracht tussen de dijk van de oude tramlijn (links) en een nieuwe dijk aan de rechterzijde
Aan de buitenzijde van de nieuwe dijk werd een steenbeek uitgegraven. Die voert het water af dat aan die zijde weg stroomt maar ze dient ook als afvoerkanaal voor een bestaand kleiner opvangbakken van Fluvius.





