De raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft op 24 december 2024 uitspraak gedaan over de klacht die geformuleerd werd over het verloop van de verkiezingen in Scherpenheuvel-Zichem. Die klacht werd ingediend door toekomstig raadslid Peter Corens tegen de lijsttrekker van politieke partij Stadszteam en eveneens toekomstig raadslid Pieter Boudry.
De klacht van Peter Corens werd door de raad integraal verworpen. Tegen die uitspraak is nog beroep mogelijk bij de Raad van State maar dat beroep werkt niet opschortend. Dat houdt meteen in dat de gemeenteraad in Scherpenheuvel-Zichem officieel kan geïnstalleerd worden. Kris Peetermans kan aan zijn eerste ambtstermijn als burgemeester beginnen.
Dat gebeurt op donderdag 2 januari om 20 uur in het GC Den Egger. Na de installatie biedt het nieuwe gemeentebestuur een drink aan.
De klacht van Peter Corens bestond uit twee elementen waarvan slecht één element ter beoordeling werd weerhouden door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. In dat tweede element vraagt Corens dat de raad zich uitspreekt over de juistheid en de volledigheid van de verkiezingsuitgaven van het Stadszteam, de politieke partij waarvoor hij zelf kandidaat was en ook verkozen werd.
De raad concludeert dat de partij alleszins tijdig aangifte deed van de kosten die 9.077,89 euro bedragen. De kosten die partijen mogen doen voor verkiezingsuitgaven worden bepaald door het aantal inwoners in de gemeente. Voor Scherpenheuvel-Zichem is dat maximaal 20.223 euro. Stadszteam blijft dus duidelijk onder dat opgelegde maximum. Volgens Peter Corens zijn die kosten echter niet volledig. Stadszteam heeft volgens hem bijvoorbeeld de rekening voor het bedrukken van T-shirts niet aangegeven. Volgens de raadsman van Pieter Boudry zijn die onkosten echter bewust niet aangegeven omdat de T-shirts eerder gedrukte exemplaren moesten vervangen. Ze catalogeren daardoor niet als kosten voor verkiezingen.
De raad merkt zelf op dat Stadszteam geen enkel belang heeft om die onkosten voor het bedrukken van T-shirts te verzwijgen. Ze bedragen slechts 983,15 euro. Zelfs als die som wordt toegevoegd aan het totale kostenplaatje blijft de partij duidelijk onder de maximumnorm.
In het tweede element van de klacht die Peter Corens formuleert wordt nog een tweede argument aangehaald. Twee kandidaten van Stadszteam hebben ieder een factuur van 544 euro gekregen voor kosten die ze persoonlijk hebben gemaakt voor de productie van verkiezingspropaganda. Die kosten zijn echter opgenomen in de lijst van de partij en ze werden niet door de kandidaten persoonlijk aangegeven. De facturatie van de kosten aan twee individuele kandidaten van de lijst gebeurde overigens vanuit de persoonlijke vennootschap van Pieter Boudry.
Uit het vonnis van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen blijkt dat de verantwoordelijken bij Stadszteam per mail overleg hebben gepleegd met het Agentschap Binnenlands Bestuur over dat thema. Uit dat overleg blijkt dat er een “appreciatiemarge” is om kosten te verdelen tussen de lijst en individuele kandidaten. De twee betrokken kandidaten hebben ook een getuigenis afgelegd voor de raad. De raad weerhoudt de betwisting die door Peter Corens geformuleerd wordt niet, deels ook door een gebrek aan argumentatie door de eisende partij.
