In de Demerbroeken tussen Zichem en Testelt ontstaat sinds vorig jaar een wetland dat een van de grootste aaneengesloten rietmoeraslanden van Vlaanderen zal worden. De aanleg ervan is deels een gevolg van het Sigmaplan dat Vlaanderen waterveiling moet maken en de natte natuur moet herwaarderen.

Het rietmoerasland is ongeveer zestig hectare groot. Die oppervlakte moet grotendeels onder water komen en dat gebeurt op verschillende manieren: door de buffering van het grondwater, door de opvang en de buffering van regenwater en via de overloop uit de Demer naar de nieuw aangelegde slibvang in Kloosterbeemden.

Grondwaterpeil verhogen is essentieel

De ingenieurs van De Vlaamse Waterweg gaan er van uit dat de buffering van het grondwater er op termijn voor zorgt dat de zone voldoende nat is. Ze hebben een reeks maatregelen genomen om het grondwaterpeil te verhogen. Dat gebeurt vooral door het basispeil van de Demer en de Winterbeek hoger te brengen. Onder meer daarom zijn op verschillende plaatsen in de twee rivieren drempels geplaatst. Dat zijn soms imposante constructies. De drempel aan de monding van de Kleine Leigracht in Testelt bijvoorbeeld, is zo’n 200 meter lang.
De drie meanders stuwen het grondwaterpeil overigens ook hoger.

Regenwater onbetrouwbaar

Regenwater is een tweede, zij het onbetrouwbare, bron voor vernatting. Kloosterbeemden is komvormig en heeft een moeilijk doorlaatbare kleibodem. Daardoor blijft het regenwater lang in het bekken staan. Het heeft vorig jaar echter bijzonder weinig geregend. Alleszins zou dat onvoldoende geweest zijn, om de permanente vernatting te garanderen.

Demer kan gecontroleerd overstromen via slibvang

De meest opvallende ingreep om de zone te vernatten gebeurt via de nieuwe slibvang aan Kloosterbeemden. De dijk op de rechteroever van de Demer werd daar over een afstand van negentig meter verlaagd. Als de Demer de prewaakdrempel van 18,10 meter bereikt, loopt het water hier over de dijk naar de slibvang. Die slibvang mondt op zijn beurt uit in het rietmoerasland.

De inlaat via de slibvang bleef zowat het ganse jaar 2025 inactief. Door de uitzonderlijke droogte van de voorbije maanden bereikte de Demer nooit een niveau van 18,10 meter. Dat lijkt dit weekend wel even te gaan gebeuren. De intense regen op vrijdag en het afsmelten van het laagje sneeuw doen het waterpeil traag stijgen om tijdens het weekend alvast gedurende een beperkte tijd over te lopen.
Daarmee wordt ook de tweede belangrijke functie van de slibvang duidelijk. In periodes van wateroverlast kan de Demer op deze plaats een pak overtollig water laten wegstromen. In Kloosterbeemden is plaats voor zo’n 300.000 kubieke meter water. Dat volstaat in principe om Zichem en Testelt te beschermen tegen overstromingen.

Uitstroom via Kleine Leigracht

Water bufferen veronderstelt ook dat er water kan afvloeien. Dat is inderdaad ook het geval voor het nieuwe wetland. Het rietmoerasland van Kloosterbeemden heeft een kleine uitgang op de plaats waar de Kleine Leigracht uitmondt in de Demer. Het water kan daar zeer traag en beperkt uit het gebied lopen. Net achter die uitloop is een drempel in de Demerbedding geplaatst. Het uitstromende water wordt dus eerst stroomafwaarts opgestuwd om op die manier het grondwater op te hogen.

Zware metalen in bodem vastgezet door vernatting

De creatie van het wetland heeft een dubbel doel. In Kloosterbeemden ontstaat een grote aaneengesloten zone met een zeer specifieke biotoop waar een aantal sterk bedreigde insecten, amfibieën, watervogels, vissen en planten kunnen leven. In deze zone loopt de Winterbeek naar de Demer. De Winterbeek was decennialang biologisch dood, door de lozingen van zware metalen, onder meer vanuit Tessenderlo Chemie. Vanaf 2016 startte de sanering van de Winterbeek. De volledige bedding werd opgedeeld in vier zones. De vierde zone, in Kloosterbeemden, kon niet gesaneerd worden zonder zeer zware natuurschade te veroorzaken. Daarom besliste men om de zware metalen in de grond vast te zetten om ze op die manier te neutraliseren. Om dat veilig te kunnen doen moet de zone permanent onder water staan. De zone is oppervlakkig afgegraven en de restvervuiling ligt op 40 tot 80 cm onder het maaiveld. Het niveau van het water in het wetland moet optimaal op dezelfde hoogte van het maaiveld staan. Dat wordt zeer nauw opgevolgd. Ook de grondwaterkwaliteit en de grondwaterstand worden permanent gemonitord.

Illustraties

Achter de Hemmekes is de rechteroever over een lengte van 90 meter afgegraven. Het water loopt over naar de slibvang vanaf een waterpeil van 18,10 meter. In de slibvang kan nog aanwezig vervuild slib bezinken. Het gezuiverde water loopt daarna door naar het rietmoerasland.

De nieuwe slibvang zorgt ervoor dat het water van de Demer, vanaf een niveau van 18,10 meter, kan overlopen naar het rietmoerasland.
In het rietmoerasland is een toplaag afgegraven tot een niveau van 40 tot 80 cm onder het maaiveld. De restvervuiling wordt vast gezet via vernatting.

De Kleine Leigracht functioneert als uitstroom voor het rietmoerasland. Vlak na die monding is een drempel van ongeveer 200 meter in de Demerbedding gebouwd. Voor een aantal vissoorten is die drempel moeilijk overbrugbaar. Daarom is er een vistrap aangebracht.

Beelden @vilda

1 reactie

  1. dus men wil een hoop geld uitgeven om ” de natuur te herstellen ” door te beweren dat een natuurlijkproces zoals ” regen ” onbetrouwbaar is , en men de natuur met ingewikkelde zaken moet ” bijsturen ” , zodat de natuur er uitziet zoals een paar ” intellectuelen ” zich voorstellen dat de natuur zou moeten zijn ? Als je terug eer ” natuur ” wil , begin er dan bij met meer ruimte te aken voor de natuur door de immigratie te stoppen , zodat er terug minder mensen wonen . En laat voor de rest de natuur zijn gang gaan in de vrijgekomen ruimte .

Geef een reactie