Het is een techniek die al eeuwen wordt toegepast maar die de laatste decennia wat in onbruik was geraakt. De vegetatie op goed geselecteerde percelen gecontroleerd laten afbranden kan de natuur een nieuwe impuls geven.
Vorige donderdag pasten teams van de hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost de techniek toe op de Chartreuzenberg in Holsbeek. De actie was op voorhand goed afgestemd met het Agentschap Natuur en Bos en wetenschappers van de Universiteit Antwerpen. De gecontroleerde brand kreeg op verschillende manieren een belangrijke meerwaarde.
Voor de Hulpverleningszone werd het een bijzonder realistische oefening. De klimaatverandering kan langere periodes van grote droogte veroorzaken en dan zijn natuurbranden een reële bedreiging. Oefeningen zoals die in Holsbeek laten toe om specifieke technieken in te oefenen en bij te stellen.
De mensen van Natuur en Bos en Universiteit Antwerpen gebruiken de case om te evalueren hoe natuurbranden evolueren en hoe de natuur nadien reageert en zich herstelt.
Het idee dat we de natuur “moeten laten branden” voelt misschien als een moderne, ecologische ontdekking, maar de waarheid is dat de mensheid dit al tienduizenden jaren doet. We zijn eigenlijk pas in de 20e eeuw gestopt met deze eeuwenoude wijsheid, en daar plukken we nu de zure vruchten van.
Gecontroleerde natuurbranden werden al gebruikt door onze oervoorouders en doorheen de geschiedenis is het altijd een populaire techniek gebleven voor het beheer van landschappen en landbouwgronden. de bedoeling van het afbranden is om kleine stukjes bos en grasland weg te branden zodat daar nieuwe scheuten kunnen ontwikkelen. Daardoor ontstonden mozaïeklandschappen en dat leverde een veel bredere diversiteit aan planten en dieren op.
Onze voorouders, die nog van de jacht leefden, gebruikten dat effect ook om dieren te lokken. Die kwamen af op de jonge opschietende planten en waren zo een makkelijke prooi.
Na de tweede wereldoorlog veranderde de opvatting over het gebruik van vuur. Elke brand moest zo snel mogelijk geblust worden. In de natuur heeft dat soms dramatische gevolgen. Onze bossen geraken vol met brandstof van droog hout, struikgewas en droge bladeren. Als dat uiteindelijk toch in brand komt, ontstaat vaak een veel minder te controleren vuur.
Bosbeheerders proberen tegenwoordig om de oude technieken te herintroduceren, maar dan met de inzet van moderne technologie, zoals drones en met het gebruik van zeer precieze weermodellen.
