Tag Archives: De Prins

Project K.ENTERWERK moet uitvaljongeren aan een job helpen

De kansarmoede-index in Diest bedraagt 7,1% en dat lijkt op het eerste zicht bijzonder gunstig. In Vlaanderen is die namelijk 12,8%. Het cijfer wordt echter volkomen scheef getrokken door deelgemeente Molenstede. In de kernstad bedraagt die index 13,8% en dat cijfer stijgt.

Verontrustende cijfers

Kansarmoede is direct gerelateerd met tewerkstelling. Een paar opmerkelijke cijfers:

  • De werkloosheidsgraad in Diest is 7,6% tegenover 7,2% in gans Vlaanderen.
  • De tewerkstelling van mensen met een niet-Belgische afkomst is structureel lager. 16,5% van de inwoners in Diest is van vreemde origine.
  • Bij de langdurig werklozen is 23% laaggeschoold.
  • Het aantal jongeren tussen 18 en 24 jaar met een leefloon is 27,7% tegenover 22,4% in Vlaanderen.
Kloof tussen jongeren bedreigend voor samenlevingsmodel

Die cijfers accentueren een trend die ook breedmaatschappelijk zichtbaar wordt en waarbij de kloof tussen hooggeschoolden en lager opgeleide jongeren snel groeit. Die trend zet op termijn de samenleving onder druk en vraagt om een reactie op alle niveau’s, ook het lokale. Verder lijkt ons model van integratie van nieuwkomers op de arbeidsmarkt weinig succesvol. Migratie is een gegeven dat de volgende decennia niet zal stil vallen, al zal de oorzaak ervan wel veranderen. Klimaatmigratie lijkt echter onvermijdelijk.

Cluster Welzijn zet zwaar in op tewerkstelling uitvaljongeren

De cluster Welzijn van de stad Diest werkt momenteel aan een langetermijnvisie. Schepen Monique De Dobbeleer wil tijdens de volgende legislatuur sterker inzetten op vier hefbomen. Een ervan is tewerkstelling met eens sterke focus op de zogenaamde uitvaljongeren, dat zijn jonge mensen die hun weg niet vinden in het klassieke onderwijs en daardoor op termijn in werkloosheid en armoede kunnen verzeilen.

K.ENTERWERK

De vzw Arktos is al een paar jaar goed bezig met de opvang van die uitvaljongeren. Daar komt in mei 2019 een opvallend nieuw initiatief bij. Het project K.ENTERWERK start dan met een reparatie-atelier voor de Kringwinkel. Later gaat K.ENTERWERK ook stages voor jongeren organiseren in lokale bedrijven. In de derede fase ontwikkelen ze een systeem waarin bedrijven een soort taks betalen waarvan de opbrengst gebruikt wordt om jongeren op te leiden naar jobs die de lokale ondernemingen niet meer ingevuld krijgen.

Reparatie-atelier Kringwinkel in KTA1

In het reparatie-atelier dat in mei opstart, worden spullen gerepareerd, die ingezameld worden via de Kringwinkel. Ze worden ook daar weer verkocht. De reparaties gebeuren in een atelier van scholengroep De Prins. Jongeren die naar het atelier komen krijgen nieuwe vaardigheden aangeleerd en ze zijn tegeleijkertijd zinvol en maatschappelijk relevant bezig.

Stages in lokale ondernemingen

De projectgroep werkt ook aan een piste waarin uitvaljongeren gedurende een of twee dagen per week stage kunnen doen bij lokale ondernemers. Op die manier kunnen ze ervaring opdoen en hun vaardigheden aanscherpen. Ze leren ook verantwoordelijkheid op te nemen en kunnen  een vast kader creëren waarin ze beter zullen functioneren. Het is nog niet duidelijk of er ook een vergoeding tegenover staat maar in de discussie hierover viel wel een interessante piste om een eigen stadsmunt van Diest te creëren. Een stadscrypto, een soort digitaal betaalmiddel, is een interessante mogelijkheid om betalingen te doen en tegelijkertijd de lokale economie te stimuleren. Door die munt op blockchaintechnologie te zetten wordt hij ook superveilig en het gebruik ervan is volledig transparant.

Specifieke opleidingen voor knelpuntfuncties

Het derde project is geïnspireerd op het Franse model van Compagnons du Devoir. De bedoeling van het project is om de zogenaamde mismatch op de arbeidsmarkt aan te pakken. De werkloosheidsgraaad in Vlaanderen maar nog meer in Diest is relatief hoog en toch krijgen veel bedrijven een aantal specifieke functies niet meer ingevuld. In dit project worden jongeren opgeleid en voorbereid om precies die jobs in te vullen. De bedrijven betalen een soort taks om de kosten van die opleiding te dragen. Het project wordt gecoördineerd door de vzw Blenders maar het stadsbestuur van Diest stapt mee in als partner.

Studentenkapsalon SaLounge schenkt 1600 euro aan vier warme projecten

De leerlingen van de studierichting Haartooi in scholengroep De Prins schenken 1600 euro aan vier goede doelen.

SaLounge is een zogenaamde leerplekomgeving. De leerlingen runnen alle aspecten van hun eigen kapsalon. Klanten kunnen er terecht voor een totale behandeling van knippen tot kleuren en brushen. Onlangs kwam er ook een kappersstoel voor kindjes bij.

De studenten gaan ook bij klanten thuis en doen mee met een aantal events zoals Ladies City deLuxe. Het salon heeft allerlei leuke accenten. Klanten kunnen hun appreciatie nalaten via een QR-code en je kan er met Payconiq betalen.

De leerlingen leren niet alleen alles over haartooi. Ze moeten ook aan de bak met de financiële, de administratieve en de commerciële aspecten van een onderneming . Het project is jaar- en vakoverschrijdend georganiseerd. Die manier van werken geeft de leerlingen ruimte om al hun talenten te ontwikkelen. Ze ontwikkelen hun creativiteit, communicatie, technisch inzicht, rekenvaardigheid en uiteraard alle vaardigheden van haartooi zelf. SaLounge is een echte on-the-job-training, maar dan binnen de veilige schoolcontext.

De leerlingen van SaLounge zijn ook maatschappelijk geëngageerd. Tijdens de maanden november en januari hebben ze gewerkt voor 4 goede doelen en dat leverde aardig wat centjes op. In december schonken ze al een eerste cheque van 400 euro aan de actie Kom op tegen Kanker via De Warmste Week. Vorige week dinsdag trok een groepje kapsters in spe naar Home Martine Van Camp. Ook zij hadden een cheque van 400 euro mee. De meisjes kregen een uiteenzetting waarin de context en de werking van de vzw werd toegelicht.

Op dinsdag 26 maart doen ze dat overigens nog eens over. Ze geven dan twee cheques van 400 euro aan Te Gek?! en aan het ALS Laevers Fonds.

Scholieren zetten impressionant en concreet standpunt over klimaatopwarming neer

Vorige donderdag liepen ongeveer 1500 scholieren mee in een klimaatmars door het centrum van Diest. “We hebben een teller geplaatst om dat aantal te bepalen”, zegt korpschef van zone Demerdal Jan Vanhauwere. De betogers slingerden ongeveer twee uur door de stad maar de organisatie was slim uitgetekend en niemand had echt lang last van verkeers- of andere hinder. Winkels bleven bereikbaar, garages werden nooit lang geblokkeerd. Dat had veel te maken met de goede samenwerking tussen de organisatoren, de stadsdiensten en de politie.

Kern van zestien neemt verantwoordelijkheid

Het groepje van een zestiental scholieren die de mars organiseerden, namen hun verantwoordelijkheid. Bij de start werden de deelnemers gevraagd om geen zwerfvuil achter te laten en om de massa, vaak erg creatieve protestborden, na de mars zeker op te ruimen. Ze drongen er ook op aan om goed aan te sluiten zodat de massa sneller kon evolueren en de verkeershinder beperkt zou blijven. Een aantal leden van die kern liepen ook, gespreid doorheen de betoging, mee met mobiele radio’s. Ze namen op die manier hun verantwoordelijkheid om zelf in te grijpen indien dat nodig zou zijn. Het was uiteindelijk niet nodig. Alles verliep bijzonder correct.

Proactieve aanwezigheid van politie

Dat geordende verloop had ook veel te maken met de positieve en proactieve aanwezigheid van de politie. Op alle kruispunten stond minstens een agent geposteerd, op de gevaarlijke punten waren combi’s aanwezig, er liepen politiemensen te voet voor en achter de betoging en er waren agenten op de fiets, die snel mobiel konden ingrijpen. De politie was ook opvallend aanspreekbaar voor de jongeren. Wij zagen korpschef Vanhauwere op een bepaald moment zelf op een vriendelijke manier in discussie gaan met wat jongeren. Die vonden die aanpak keicool.

Technische uitvoeringsdiensten grijpen preventief in

De technische uitvoeringsdiensten van de stad hadden op voorhand op alle delicate punten voorzieningen geplaatst om eventuele ongevallen te voorkomen. De oevers van de Demer op de Kaai bijvoorbeeld, waren afgezet met nadars.

Burgemeester en schepenen gaan in debat

Bij het einde van de betoging kwamen burgemeester Christophe De Graef en de schepenen Rick Brans, Maurits Vander Eyde, Pascale Vanaudenhove en Geert Cluckers de eisen van de organisatoren in ontvangst nemen. Er waren nog een paar korte speeches en daarbij nam ook Rick Brans het woord. Hij beloofde dat het bestuur de eisen van de betogers ernstig zou nemen. De kern van zestien mocht daarna mee naar binnen om die eisen wat te verduidelijken.

Eisen concreet uitgewerkt

Die eisen waren vrij concreet uitgewerkt in een document van vier pagina’s. De inhoud is zeker niet vrijblijvend voor het bestuur.

Een van de eerste eisen is bijvoorbeeld om meer vuilbakken te plaatsen. Dat klinkt simpel maar het bestuur heeft in Diest altijd gepleit om zo weinig mogelijk vuilbakken te zetten op publieke plaatsen omdat die sluikstorters zouden aantrekken. De eis dwingt het nieuwe bestuur minstens om de discussie opnieuw te voeren.

Ook de met voorbeelden onderbouwde eisen om minder papier maar ook minder plastic te gebruiken in de stad zullen een politiek standpunt vragen.

Ander systeem van stadsfietsen, autovrije zones, meer openbaar vervoer

De jongeren willen de stad alleszins vergroenen en fietsvriendelijker maken. Ze pleiten in datzelfde hoofdstuk voor een ander systeem van stadsfietsen, autovrije zones en meer toegankelijkheid voor het openbaar vervoer. Schepen Rick Brans speelde meteen in op de vraag naar stadsfietsen. De huidige blue bikes die aan het station staan zijn georganiseerd in een lussensysteem. Je moet de fietsen weer terugbrengen naar het startpunt. In de meeste centrumsteden in Vlaanderen zijn momenteel huurfietsen beschikbaar die je op verschillende punten in de stad kan achterlaten. Brans zei dat hij dat wil herbekijken.
De inrichting van autovrije zones en het meer toegankelijk maken van het openbaar vervoer zal dan weer een beleidsstandpunt vergen.
Met de vraag naar een meer fietsvriendelijker inrichting spelen de betogers, misschien onbedoeld, handig in op een programmapunt van Open Diest toen die nog in de oppositie zaten. De partij van burgemeester De Graef heeft toen zwaar ingezet op een meer fietsvriendelijker inrichting en de aanleg van fietsparkings. Open Diest zal dat punt dus, na de klimaatmars, alleszins hard moeten maken.

Collectief ploggen

In het eisenpakket staat ook een opvallend initiatief om gemeenschappelijke opruimingsmomenten te organiseren. In Diest nam Jonathan Claes vorig jaar het initiatief om te gaan ploggen. Dat zijn loop- en wandelsessies waarbij de deelnemers het zwerfvuil op het parcours opruimen. Door zulke individuele initiatieven wat meer structuur te geven kunnen die momenten uitgroeien tot een combinatie van sociaal contact, fysieke activiteit en met een propere binnenstad als resultaat.

Klimaatvriendelijke inrichting overheidsgebouwen

Het eisenprogramma haakt uiteraard ook in op de aanleg van groene zones, het stimuleren van groene daken en gevels maar de betogers stellen ook de vraag hoe het zit met de klimaatvriendelijke inrichting van de gebouwen van de stad. Bij de klimaatactie in Aarschot twee weken geleden, gaf schepen Bert Van der Auwera nog toe dat je eerst moet zorgen dat het dak van een stadsloods niet invalt alvorens je er zonnepanelen op plaatst. Van der Auwera beloofde om op dat vlak met een actieplan te komen. In Diest had schepen Brans op voorhand al een aantal voorbeelden genoemd van klimaatvriendelijk ingerichte gebouwen. Onder meer het stedelijk zwembad en de werkplaatsen tegenover De Amer zijn voorbeelden op dat vlak. Het zou geen fout idee zijn om alle andere overheidsgebouwen in kaart te brengen en, rekening houdend met de financiële mogelijkheden, een actieplan te ontwikkelen om ook die op termijn klimaatvriendelijk te maken.

Inzetten op hernieuwbare energie

De eis om voluit in te zetten op hernieuwbare energie klinkt allicht wat minder concreet maar toch is het belangrijk dat de jonge betogers dit meenemen in hun eisenpakket. De provincie Vlaams-Brabant liet vorig jaar de studie ‘Ruimte voor hernieuwbare energie’ De opmaak van energiekansenkaarten- en atlas uitvoeren. Uit de resultaten blijkt dat er een corridor doorheen de provincie loopt die ideaal is voor de verdere uitbouw van windenergie. Diest ligt pal op die as.

De bouw van bijkomende windturbines heeft echter een draagvlak nodig bij de stakeholders en niet in het minst bij de inwoners. Dat is meteen een stevige uitdaging voor de coalitie van Open Diest en DDS.
Schepen Bert Van der Auwera van Aarschot zei twee weken geleden dat het onhoudbaar is om geen windturbines in Aarschot te bouwen. Waar die moeten komen wilde de schepen niet formeel bevestigen. We knopen er graag een laatste eis van de jonge betogers aan vast. Zij pleiten voor samenwerking met andere steden en gemeenten. Een goed onderbouwd standpunt voor de strategische uitbouw van alternatieve energie, onder meer dus windenergie, lijkt geen slecht startpunt voor een samenwerking tussen Diest, Scherpenheuvel-Zichem, Bekkevoort en Aarschot.

Impact van scholengroepen

In de aanloop naar de klimaatmars eisten de twee betrokken scholengroepen KSD en De Prins een opmerkelijke rol op. De directie van De Prins stuurde een bericht uit dat zij hun leerlingen niet verplichten om deel te nemen aan een betoging, die mogelijk een politieke lading zou kunnen krijgen. “In het bericht stond verder dat de school het belangrijk vindt om de leerlingen kritisch te leren denken en eigen verantwoordelijkheid te nemen. “Wie voldoende geëngageerd is om mee te stappen in de betoging, zullen we niet verhinderen dat te doen, mits er toestemming is van de ouders. Uiteraard blijven deze leerlingen wel zelf verantwoordelijk om de gemiste lessen bij te werken. Tot nu toe behandelden we ook de leerlingen die naar Brussel gingen op deze manier”, aldus de schooldirectie.

Het bericht leidde in geen tijd tot de gebruikelijke welles-nietes discussies op Facebook.

Algemeen directeur van KSD Els Claes bevestigde ons dat ook bij hen de leerlingen vrij konden kiezen of ze al dan niet deelnamen aan deze mars. “Voor de leerlingen die niet naar de betoging gingen, was er een vervangprogramma rond klimaat voorzien”, zei Els Claes. De activiteiten pasten in de vakoverschrijdende eindtermen en varieerden van debat, stellingenspel en film. Er kwamen verschillende onderwerpen naargelang de les aan bod, onder meer de voor- en nadelen van kernenergie, mogelijke kostprijs van verschillende maatregelen …   

KSD neemt ook effectief klimaatvriendelijke maateregelen. “We vervangen ramen met enkel glas, vervangen en isoleren daken, installeren zonnepanelen en vervangen bestaande lampen door led-verlichting”, zegt Els Claes. “Onze kinderen sorteren zo goed mogelijk hun afval. We vragen al jaren om boterhammendozen en drinkbussen mee te brengen en doen hier regelmatig acties rond. In bepaalde lagere scholen mogen geen verpakte koekjes mee naar school worden gebracht. We stimuleren ook actief dat de leerlingen met de fiets naar school komen.

Bekijk hier de klimaatmars in 123 beelden

Klimaatmars in Diest op Valentijn

Jeugdcentrum De Klinker organiseerde vorige week in Aarschot een protestactie tegen de verloedering van het klimaat. Er was eerst een debat en daarna konden de jongeren concrete voorstellen doen om in de lokale gemeenschap een aantal klimaatvriendelijke maatregelen te nemen. Dat leverde 151 voorstellen op en meteen ook evenzoveel nieuwe bomen. Het nieuwe bestuur beloofdenamelijk om voor ieder constructief voorstel een boom te planten.

Ook in Diest komt de jeugd in actie. Het was al eerder aangekondig dat er vanuit twee scholen een aanvraag was om een klimaatmars te organiseren. Die komt er ook effectief. Het initiatief komt van de leerlingen van De Prins en KSD, in samenwerking met de jeugddienst van Diest. De mars start om 10.30 uur op de Grote Markt en trekt daarna door het centrum van de de stad. Schepen van Milieu Rick Brans (Open Diest) kondigde eerder al aan dat de stad het initiatief zal faciliteren.

Scholengroep Adite schenkt lekkere maaltijd en symbolisch pakje tijd aan directeurs

Algemeen directeur van scholengroep Adite Gert Van Passel deed donderdag een straffe uitspraak. “Zeventig procent van de sfeer in een school wordt bepaald door de directeur”, zei hij. Reden genoeg voor deze onderwijsvisionair om zijn team van directeurs een fijne attentie te bezorgen op de Dag van de Directeur.

“Schooldirecteur is een gestresseerde job”, zegt Gert Van Passel. “Tijd is wat zij het meest nodig hebben. Een directeur op een school is verantwoordelijk voor een zeer breed takenpakket: van infrastructuur tot het pedagogisch beleid, maar ook voor financiën, begroting en alle PR-activiteiten. Daarnaast moet de directeur er elke dag staan voor de leerkrachten, leerlingen en ouders. Om de directeurs te ondersteunen vormen we in Scholengroep Adite sinds kort directieteams, waarbij directeurs samen verantwoordelijk zijn voor meerdere scholen. Op die manier kunnen ze de taken beter verdelen, expertise delen en hun de complementaire competenties beter benutten.”

Gert Van Passel speelde slim in op die tijdsdruk. Hij bezorgde bij alle directeurs van zijn scholengroep een pakketje met een versbereide maaltijd en een lekkere fles wijn. Op die manier sparen ze tijd in hun privéleven. In ieder pakketje zat ook een bon die de directeur kan inruilen bij de algemeen directeur voor extra tijd. “Het is een symbolische actie, waarbij we aan de directeurs willen laten weten dat we ons bewust zijn van hun hoge werkdruk en dat we voortdurend nadenken hoe we hen hierin kunnen ondersteunen”, zegt Gert Van Passel. “Door de bon in te ruilen zal ik of iemand uit het beleidsteam van de Scholengroep de normale ochtend-, middag-, of avondshift van de directeur overnemen, waardoor hij of zij tijd vrijkrijgt voor iets anders.”

Gert Van Passel ging vanmorgen persoonlijk het pakketje tijd en de maaltijd afgeven bij Karolien Leemans. Zij gaf eerder les in het lager onderwijs in basisschool De Pit maar startte in september als directeur van De Prins. Die school onderging recent een stevige metamorfose en evolueert naar een organisatie die model staat voor de ontwikkeling van talent bij de leerlingen. 

Creatief winterfeest bij De Prins

Het was stevig over de koppen lopen tijdens de wintermarkt van De Prins in Diest. Maar het was dan ook de moeite. De leerlingen hadden op voorhand al hun creativiteit gebruikt om voor een knap aanbod te zorgen. Tijdens het winterfeest zelf was er ook ambiance met fraai verklede figuren, toffe livemuziek en lekkere foodcorners.

Scholengroep De Prins herdenkt infrastructuur in functie van innovatieve onderwijsaanpak

Scholengroep Adite is een pionier in Vlaanderen voor het herdenken van de manier waarop onderwijs wordt gegeven. Dat heeft ook een stevige impact op de inrichting van de schoolgebouwen. Vooral in de site De Prins in Diest gebeuren bijzonder ingrijpende maar erg boeiende veranderingen.

Vorige donderdag stelde algemeen  directeur van De Prins Gert Van Passel twee nieuwe projecten voor. Hij schetste de strategische krijtlijnen en gaf wat meer duiding bij de migratie van de leerlingen naar een andere, compleet herdachte omgeving. Tom Hoeyberghs, directeur van kleuter- en lagere school De Kleine Prins, legde uit wat er in zijn specifieke habitat exact verandert en vooral waarom men kiest voor die aanpak. Marie Vanaudenhove, directeur van De Prins, ging dieper in op de werk- en leeromgeving SaLounge, een project van de studierichting Haarzorg.

Communities, nesten en chillruimtes

De toelichting door deze drie onderwijsguru’s werd doorspekt met onderwijsonwennige termen en zeer innoverende inzichten. Leerjaren bestaan niet langer maar worden communities en klassen worden nesten. De gevangenisspeelplaats wordt een groene buitenzone en kinderen kunnen rust en geborgenheid zoeken in een chillruimte.  Betrokkenheid, eigenaarsschap en welbevinden zijn belangrijker dan koele cijfers. De leerkracht is niet langer een leider maar evolueert naar een rol als begeleider. De leerlingen krijgen weekopdrachten en bepalen zelf wanneer ze wat aanpakken.

Infrastructuur compleet herdacht

In de drie uiteenzettingen liep het woord context als een rode draad doorheen de onderwijsprincipes. Al die nieuwe opvattingen zijn namelijk niet realiseerbaar binnen de saaie creativiteitsdodende lokalen waarmee scholen decennialang werden opgebouwd. Gert Van Passel en zijn team startte in februari met de omkatting van het vroegere KTA-gebouw.

“De leerlingen hebben samen met onze architecten zelf vorm gegeven aan het wonder dat hier gerealiseerd werd”, zegt de algemeen directeur. “Door de vernieuwde manier van onderwijs geven, met minder klassikale lessen, meer individuele trajecten en meer zelfstandig werken voldeden de gebouwen van de voormalige basisschool Station niet meer. De grote ruimtes, ingericht met zithoeken, leeshoeken en tribunes lijken in niets nog op de klaslokalen die we van vroeger kennen. De ruimte die nog het meest op een klassiek klaslokaal lijkt noemen wij de instructieruimte. Naarmate de leerlingen ouder worden, wordt deze instructieruimte kleiner, omdat we de klassikale uitleg steeds korter willen houden en omdat niet alle leerlingen tegelijk nood hebben aan klassikale uitleg. Sommige leerlingen werken zelfstandig aan hun leerstof, terwijl anderen de uitleg aan het bord volgen.”

Betrokkenheid belangrijk

De leerlingen van de basis- en kleuterschool verhuisden op 1 september allemaal naar de gebouwen van De Prins, campus Weerstandsplein, het voormalige KTA2 in Diest. “Wij hechten veel belang aan de betrokkenheid van onze leerlingen bij hun leerproces en hebben daar onze onderwijsorganisatie op afgestemd”, zegt directeur Tom Hoeyberghs. “Niet alle kinderen krijgen bijvoorbeeld op hetzelfde moment dezelfde leerstof aangeboden. Een leerling die de maaltafels al kent, moet die minder frequent inoefenen dan de andere kinderen van de klas. Hij of zij kan die vrijgekomen tijd besteden aan andere, nieuwe leerstof.”

Eigenaarsschap

Hetzelfde patroon zien we in het secundair onderwijs, ondermeer in de richting Haarzorg van De Prins. Ook hier geen klassieke klaslokalen, maar een volledig ingericht kapsalon, waar echte klanten worden ontvangen, geknipt en gestyled. “In de werking van het kapsalon krijgen de leerlingen eigenaarschap over hun eigen leerproces”, vertelt Marie Vanaudenhove, directeur van De Prins. “Ze bepalen zelf aan welke vaardigheden en competenties ze bij welke klanten werken. Bovendien worden de theorievakken zoveel mogelijk aangebracht in het kapsalon zelf, zodat leerlingen de leerstof binnen een rijke context aangeboden krijgen en meteen ook leren toepassen.”

Leeronderneming PopPub in nagelnieuwe bedrijfsomgeving

Netjes uitgelijnde banken, strikte uurschema’s, duidelijke timings.  Wat decennialang de ruggengraad van het onderwijs was gaat snel op de schop. Werkplekleren wordt de norm. Leerlingen dwarrelen door mekaar en volgen workshops in functie van hun talent en hun persoonlijke nood aan bijsturing. Enkel het zwaarbeladen begrip “eindtermen” lijkt nog een dwingend baken.

Nieuwe werkomgeving

In scholengroep De Prins zijn ze al langer aan de slag met die flexibiliteit. PopPub, het leerbedrijfje dat zich bezig houdt met reclame, vormgeving en publiciteit, opende donderdagavond een compleet nieuwe werkomgeving. Ze beschikken voortaan over een grotere  kantoorruimte, een coole vergaderruimte en enkele polyvalente werkruimtes waarin de vernieuwende en geïntegreerde aanpak nog meer tot uiting komt!

Agentschap in eigen beheer

“De leerlingen van het 7e jaar Publiciteit runnen effectief een agentschap voor grafische vormgeving en belettering in eigen beheer”, zegt Natalie Libaers. “Ze zijn als team zelf verantwoordelijk voor alle aspecten van hun onderneming. Ze werken met externe klanten samen en volgen hun eigen projecten op van aanvraag tot facturatie. Ze ontdekken de administratieve, financiële en commerciële verplichtingen van een onderneming en ontwikkelen hun talenten.”

Geïntegreerde aanpak

Alle traditionele grenzen van het onderwijs worden in PopPub doorbroken. De leerlingen werken met flexibele uren, ze werken regelmatig van thuis uit, stellen zelf hun werkplanning op, er zijn geen vakken of uurroosters meer én alle leerstof wordt geïntegreerd aangepakt in functie van de leeronderneming.

“We vertrekken vanuit  welbevinden, eigenaarschap, betrokkenheid, contextrijk leren en talentontwikkeling”, zegt Nathalie Libaers.

Laatstejaars worden manager

De laatstejaars werken als manager samen met leerlingen uit de andere jaren Publiciteit, waardoor ze hun communicatie- en vergaderskills ontwikkelen. Er is veel ruimte voor persoonlijke begeleiding, samenwerking en feedback.

De grafische opdrachten worden niet langer door leerkrachten maar door reële klanten beoordeeld. En die klanten worden talrijker. Onder meer de stad Diest, wijndomein Kluisberg en de Diestse gidsenbond hebben al een effectieve opdracht geplaatst.

Een paar projecten van PopPunt